Hoe een bedrijf van zes vrouwen een gemeenschap in Tanzania in beweging brengt
Wat begon als een eenvoudige droom om samen een bedrijf op te zetten, groeide uit tot het eerste specerijenverwerkingsbedrijf in een dorp in Tanzania.
Ondanks weinig startkapitaal, twijfels vanuit de gemeenschap en weinig ervaring met voedselverwerking, wisten de zes vrouwen achter Nitunze Spices lokaal geteelde specerijen te verwerken tot een succesvol bedrijf.
Vandaag heeft hun bedrijf vaste klanten, werken ze samen met lokale boeren en laten ze zien hoe vrouwen, wanneer zij de kans krijgen om leiding te nemen, economische kansen kunnen creëren voor een hele gemeenschap.
Twee keer per week vult een kleine gehuurde ruimte in Kwemashai T zich met de warme geur van munt, kaneel en citroengras.
Van tien uur ‘s ochtends tot vier uur ‘s middags wegen zes vrouwen zorgvuldig specerijen af, malen ze deze met een machine, verpakken ze de producten in netjes gelabelde zakjes en maken ze bestellingen voor klanten klaar. In drukke weken werken ze zelfs drie of vier dagen. In deze eenvoudige ruimte wordt iedere maand meer dan 60 kilo specerijen verwerkt. De producten gaan naar ongeveer 50 vaste klanten in Kwemashai T en omliggende gebieden.
Het ontstaan van Nitunze Spices
Vandaag de dag is Nitunze Spices een van de bekendste lokale merken in Kwemashai T en omgeving. Maar toen de vrouwen hun idee voor het eerst deelden, geloofde bijna niemand dat het zou slagen.
Kwemashai T ligt diep in de Usambara Mountains, aan de voet van de Kivugha-heuvel. Het dorp dankt zijn naam aan de mishai-bomen die vroeger het landschap bedekten. Kardemom, kaneel, gember, zwarte peper en citroengras groeien hier goed. Toch werden deze specerijen vooral thuis gebruikt of als onbewerkt product verkocht wanneer er een koper was. Niemand verwerkte de specerijen tot eindproducten.
Dat veranderde in juli 2024. Toen richtten zes vrouwen – Sarah, Easter, Zahida, Anna, Gelite en Mahija – Nitunze Spices op. Alle zes waren lid van een Village Savings and Loan Association (VSLA), een lokale spaar- en leengroep die was opgezet via CARE Tanzania.
De vrouwen hadden een eenvoudig doel: een bedrijf opzetten waarmee ze inkomen konden verdienen én meer waarde konden halen uit de specerijen die al in hun gemeenschap groeiden.
“We geloofden dat ons dorp iets waardevols had. We moesten alleen leren hoe we daar een bedrijf van konden maken,” vertelt Sarah, voorzitter van de groep.
Van idee naar werkelijkheid
Hoewel de groep was opgericht, ontdekten de vrouwen al snel dat enthousiasme alleen niet genoeg was. Ze hadden weinig kennis over voedselverwerking, verpakking, hygiëne en kwaliteitsnormen.
Daarom ondersteunde CARE de groep – Sarah, Easter, Anna, Zahida en Mahija – zodat zij een driedaagse training konden volgen in Korogwe. Ze leerden onder andere over voedselveiligheid, kwaliteitsnormen, bedrijfsvoering en de eisen van de markt.
Maar met alleen kennis konden ze nog geen machines kopen. De vrouwen hadden weinig startkapitaal en voldoende geld bijeenbrengen om daadwerkelijk te kunnen beginnen was een van hun grootste uitdagingen. Toch gaven ze niet op.
De productie gaat van start
Met de kennis uit hun trainingen begonnen de vrouwen hun bedrijf op te bouwen. Zonder machine maalden ze de specerijen eerst met de hand en droogden ze die in de zon.
“Het was zwaar werk. Alles duurde langer, maar we bleven doorgaan omdat we wisten waar we naartoe wilden,” vertelt Easter.
Toen het bedrijf groeide, gaf CARE de groep een specerijenmaalmachine. Ook bracht CARE hen in contact met SIDO, dat hielp bij de registratie van het bedrijf en het vinden van een geschikte werkruimte.
Een groeiende markt
Nitunze Spices heeft inmiddels zo’n 50 vaste klanten en werkt samen met 10 lokale boeren. De boeren hebben daardoor een vaste plek om hun kaneel, kardemom, gember en andere specerijen te verkopen.
Het eerste product was Tea Masala, een mix van munt, citroengras, kaneel, gember en zwarte peper. Inmiddels maken de vrouwen ook onder andere Pilau Masala en gemalen specerijen. Hun producten worden verkocht in Bumbuli, Lushoto en omgeving.
Het bedrijf heeft niet alleen nieuwe inkomsten gecreëerd, maar ook het zelfvertrouwen van de vrouwen versterkt.
Klaar voor de volgende stap
De vrouwen willen verder groeien. Ze sparen voor een eigen motor om hun producten makkelijker te kunnen vervoeren en willen een certificering behalen waarmee ze toegang krijgen tot grotere markten.
Wat in 2024 begon als een droom, is nu een bedrijf dat meer dan 60 kilo specerijen per maand verwerkt, 10 boeren ondersteunt en zo’n 50 vaste klanten heeft.
De vrouwen bouwen daarmee niet alleen aan hun eigen toekomst, maar creëren ook nieuwe kansen voor hun gemeenschap.