Home > Actueel > Sharmini heeft een eigen bedrijfje in kokosvezel

Sharmini heeft een eigen bedrijfje in kokosvezel

14 juni 2020

“In eerste instantie werden we hard getroffen door het coronavirus, aangezien we zo afhankelijk zijn van de exportmarkt. Ik was bang dat mijn bedrijf volledig zou instorten. Nu breiden we uit en ontwikkelen we nieuwe producten voor de lokale markt.”

Mijn naam is Sharmini Thiyakaran en ik ben 33 jaar. Ik woon in Konavil in het noorden van Sri Lanka.

Ik ben eigenares van een productiebedrijf dat de schillen van kokosnoten verwerkt voor kunstmest, matrasvezels en borstels. Ik heb zestien vrouwen uit onze lokale gemeenschap in dienst en onze producten worden geëxporteerd naar landen als China, Zuid-Afrika en het Verenigd Koninkrijk.

In Sri Lanka worden we met allerlei problemen geconfronteerd. De laatste is natuurlijk de coronaviruspandemie. Daarvoor was het de lange burgeroorlog. Mijn ouders zijn boeren, dus ons inkomen was onvoorspelbaar en soms hadden we niet genoeg voedsel of kleding. Ik heb echter geluk gehad, want mijn ouders deden alles wat ze konden om mij een opleiding te geven.

De eerste stappen als ondernemer

Toen ik na het afstuderen worstelde met het vinden van een baan, kwamen mijn man en ik op het idee om zijn land vol kokospalmen te benutten. Ik kreeg een training in de productie van kokosborstels en het Coconut Development Board ondersteunde mij bij de aanschaf van de eerste machines. Toen ik met het bedrijf begon, dachten veel mensen dat ik gek was!  Ze geloofden niet dat ik dit kon.

In 2018 kwam ik voor het eerst in contact met Chrysalis (de zusterorganisatie van CARE in Sri Lanka) en zij hielpen me bij de aanschaf van extra machines voor het bedrijf. Ook gaven ze me waardevolle trainingen waarin ik meer leerde over het in dienst nemen van personeel, het belang van producten van hoge kwaliteit en goed begrip van winst en verlies. Ook brachten zij me in contact met nieuwe klanten, waardoor veel nieuwe deuren voor mij open gingen.

Het vinden van financiële middelen

Een van de uitdagingen op mijn pad, was het afsluiten van zakelijke leningen. Ik denk dat financiële instellingen niet graag leningen verstrekken aan vrouwen, aangezien ze denken dat we niet genoeg inkomen kunnen verdienen om die lening terug te betalen. Vaak vragen ze ons land als onderpand, maar dat staat gewoonlijk op naam van de man. Ik vind dat banken speciale leningen met lage rente moeten ontwikkelen voor vrouwelijke ondernemers. Sinds ik ben begonnen, heb ik een lening afgesloten en volledig afgelost en ik hoop een nieuwe af te sluiten om het bedrijf uit te breiden.

Sharmini’s man werd een rolmodel

De verwachtingen die men heeft van vrouwen in onze maatschappij kunnen ook een barrière zijn voor vrouwelijke ondernemers. Hier in Sri Lanka wordt verwacht dat vrouwen het volledige huishouden voor hun rekening nemen. Naarmate mijn bedrijf is gegroeid, heeft mijn man gelukkig ingezien dat het in zijn belang is om mij meer in het huishouden te helpen. Mijn werkneemsters zijn vaak verrast als ze horen dat hij voor ons heeft gekookt. Ik heb al gezien dat sommige van hun mannen van standpunt zijn veranderd. Zij zijn minder gaan drinken en minder gewelddadig geworden ten opzichte van hun gezinnen.

Ik heb ook een baan als lerares in dienst van de overheid, dus als ik op school ben, houdt mijn man toezicht op het bedrijf. We verdelen samen onze rollen en verantwoordelijkheden. Hij beheert de productie, orders, marketing, machinereparaties en het verzamelen van kokosschillen. Ik beheer het personeel, de boekhouding, de machinebediening en het sorteren van de eindproducten voor vervoer. We willen onze zoon leren dat niets alleen door een man of alleen door een vrouw kan worden gedaan.

In eerste instantie werden we hard getroffen door het coronavirus, aangezien we zo afhankelijk zijn van de exportmarkt. We moesten de productie volledig stilleggen, we hadden geen inkomsten en ik had grote voorraden liggen die ik niet kon verkopen. Ik was bang dat mijn bedrijf volledig zou instorten en maakte me zorgen dat ik de salarissen van mijn personeel niet zou kunnen betalen. Nu diversifiëren we en zetten we een lokaal klantenbestand op. We ontwikkelen ook nieuwe producten, zoals kokostouw en bezems, waar op het moment veel vraag naar is, en voeren tests uit met het maken van compost uit kokosstofafval.

Toekomstdromen

Ik ben trots op deze onderneming omdat we werkgelegenheid bieden aan vrouwen in onze gemeenschap, zodat ze hun gezinnen te eten kunnen geven. Mijn droom is om van mijn onderneming een grootschalig bedrijf te maken en rechtstreeks naar het buitenland te exporteren. Ook wil ik ten minste vijftig vrouwen die nu in armoede leven, in dienst nemen en opleiden, waaronder vrouwen met een handicap.

Investeren in vrouwelijke ondernemers is een win-winsituatie. Hiervan profiteren niet alleen wij als individuele vrouwen, maar ook onze bredere gemeenschappen en onze lokale economieën. Ik weet dat ik als één vrouw al een grote impact heb!

Help ook mee

Doneer nu

Delen

Nieuwsbrief