Zuid-Soedan: de reis naar de grens
Sammy is 4 jaar. Hij vluchtte met zijn moeder en broers en zussen naar Zuid-Soedan, uitgeput en uitgehongerd, op zoek naar veiligheid. Zijn verhaal is dat van duizenden kinderen en moeders uit Soedan. In deze regio is CARE de enige plek waar kinderen en moeders levensreddende hulp krijgen tegen ondervoeding en malaria.
In het opvangcentrum in Yida, net over de grens in Zuid-Soedan, ziet CARE-medewerker Kochoro elke dag kinderen zoals Sammy: dunne armpjes, lege magen en lichamen zonder kracht.
Dagelijks komen er 20 tot 30 patiënten binnen. Met een meetlint om hun arm wordt bepaald hoe ernstig hun ondervoeding is en soms of ze het zullen overleven.
“Als CARE z’n werk stopt, zullen er meer mensen sterven,” zegt Kochoro. “Dit is het enige gezondheidscentrum hier. Zonder hulp zullen kinderen overlijden aan honger of malaria, en vrouwen tijdens de bevalling.”
Kinderen zoals Sammy krijgen direct behandeling, onder andere met speciale voeding om weer aan te sterken. Maar elke week komen er nieuwe kinderen bij met ernstige ondervoeding.
Laatste hoop
Hanan Tia (37) besloot te vluchten toen er geen voedsel meer de stad binnenkwam. “We bleven binnen terwijl de bommen dichterbij kwamen. Ik wist: we moeten weg, anders sterven we, door honger of door een bom.”
De reis duurde zes maanden. Soms moesten ze weken stoppen omdat ze niet verder konden. Eten was er nauwelijks. De laatste vijf dagen waren het zwaarst.
“Ik dacht dat we zouden sterven. We hadden moeten sterven. Ik weet niet hoe we het hebben overleefd.”
Ze liep elke dag van zonsopgang tot zonsondergang. Haar dochter droeg ze op haar rug. Sammy kon niet meer lopen of praten. Haar kinderen vroegen om eten, maar dat had ze niet. Ze dronken regenwater uit plassen, gemengd met zand. Toen ze eindelijk de grens bereikten, was Sammy er bijna niet meer.
Vandaag loopt, praat en speelt hij weer. Zijn arm omtrek laat zien dat hij weer gezond is.
“Projecten zoals die van CARE hebben het leven van mijn zoon gered,” zegt Hanan zacht.
Een plek van veiligheid
In het opvangcentrum gaat het leven langzaam door. Kinderen halen water, mensen wachten op voedsel. Er is eindelijk weer iets te eten, al is het weinig. Hanan slaapt met haar zes kinderen in een open ruimte met tientallen anderen. “De tenten zijn vol, maar dat maakt niet uit. Hier zijn we veilig.” Toch blijft het verdriet dichtbij. Ze hoorde dat haar neef is omgekomen door een bom.
“Ik wil alleen een veilige plek voor mijn kinderen. Een plek zonder bommen en geweld.”
Wat CARE doet in Zuid-Soedan
CARE ondersteunt vluchtelingen in het opvangcentrum met gezondheidszorg. Kinderen worden gevaccineerd. Ondervoede kinderen worden gescreend en krijgen speciale voeding (Plumpy’Nut). Zieke mensen krijgen de medicijnen die ze nodig hebben. Ernstigere gevallen worden doorverwezen naar het ziekenhuis in Yida of Pariang.
Samen vormen deze locaties een netwerk van gezondheidszorg langs de vluchtroute van Jau naar Zuid-Soedan. CARE heeft het enige gezondheidscentrum op deze route richting het vluchtingenkamp vlakbij Jamjang.