Ethiopië

Wat is er aan de hand?

Gelegen in de Hoorn van Afrika heeft Ethiopië regelmatig te kampen met lange periodes van droogte. Zo veroorzaakte de droogte in 2011 voor meer dan tien miljoen mensen voor grote voedseltekorten. De enorme droogte zorgt ook voor andere verschijnselen zoals ontbossing, landerosie en minder regenwater. De getroffen bevolking slaagt er vaak niet meer in zelfstandig de grootste klappen op te vangen en het leven weer te herstellen.

Deze zorg geldt extra voor de rondtrekkende nomadenstammen en pastoralisten die voor hun bestaan grotendeels afhankelijk zijn van vee. Op zoek naar andere vormen van bestaan trekken veel mensen weg naar de stad, wat zorgt voor een extra druk op deze snelgroeiende gebieden. Goede basisvoorzieningen ontbreken en de werkloosheid is hoog. Naast de binnenlandse problematiek ziet Ethiopië zich ook geconfronteerd met conflicten met verschillende buurlanden. Zo is er strijd met Eritrea over bezet grondgebied. Ook zijn Ethiopische militairen betrokken bij de strijd tegen islamitische rebellen in Somalië.

Wat doet CARE?

In 1984 hielpen we voor het eerst Ethiopië de noodlijdende bevolking in de tijd van grote droogte en hongersnood. Hoewel we Ethiopië nog steeds steunen, is in de loop der jaren het accent van ons werk verlegd van noodhulp naar ondersteuning voor langere termijn. Onderdelen van ons werk in Ethiopië zijn:

  • Ondersteuning/versterking van goed bestuur
  • Water- en sanitaire voorzieningen
  • Onderwijs
  • Ramppreventie

In onze programma’s is er extra aandacht voor vrouwen en meisjes op het platteland en in stedelijke gebieden. Zo strijden we tegen kindhuwelijken en ondersteunen kinderen en vrouwen die zijn besmet met HIV en AIDS. Ook leren we groepen om te gaan met spaar- en leensystemen en zorgen we ervoor dat mensen (meer) zelfvoorzienend worden in hun levensonderhoud.

Aan het woord

Jeneti (25), moeder van een vier maanden oude baby en een meisje van 3:

Voor mijn gezin is het grootste probleem dat ik het grootste deel van de dag onderweg ben om water te halen. Ik sta vroeg in de ochtend op en ik kom in de avond pas weer thuis.  Mijn kinderen laat ik bij de buren. Het viel me op dat mijn baby altijd huilde wanneer ik terugkwam. Ik was bang voor ondervoeding en vroeg advies aan de lokale gezondheidswerker. Het bleek dat ik degene was met ondervoeding, waarmee mijn borstvoeding niet volwaardig was. Ik kreeg bijvoeding en sloot me aan bij een groep andere moeders. Zij hebben mij zo veel geleerd. Vooral hoe ik zelf gezond moet blijven om voor mijn kinderen te zorgen. En wat ik mijn kind te eten kan geven als de borstvoeding stopt. Ik voel echt dat we, als moeders onder elkaar, samen sterker staan.