Port-au-Prince, 10 februari - De nacht valt, één voor één zie je in de kampen de kaarsjes aangaan, kleine speldenknopjes licht in een verduisterde stad. Als de zon ondergaat, kun je het gedempte gehuil horen. De vrouwen verbergen zich in hun flinterdunne onderdak van dekens en plastic zeildoeken, biddend dat de ochtend snel zal komen.
De vrouwen hebben het hier over ‘mauvais esprits’ (kwade geesten) die de overlevenden van de aardbeving van 12 januari opjagen. Verhalen van verkrachting verspreiden zich als een lopend vuurtje door de kampen, waar honderdduizenden mensen zitten samengepakt onder de zeildoeken. Ze slapen tegen elkaar aan.
“Het gebeurt ’s nachts,” zegt Hannah, een zuster die de nacht doorbrengt in een geïmproviseerde tent in een overbevolkt kamp in Pacot, één van de gevaarlijkste geïmproviseerde kampen in Port-au-Prince. Ze praat zacht, met haar hoofd dicht bij dat van mij. Ze wil niet dat anderen haar horen.
“Jonge mannen met wapens komen de kampen in en verkrachten de vrouwen. De vrouwen geven het niet aan omdat dat nergens kan. De ziekenhuizen, de politie- niets functioneert meer na de aardbeving.
Voor de aardbeving kwamen verkrachting en vormen van geweld al vaak voor, dat is na eerdere rampen en na 12 januari alleen maar meer geworden. Donkere straten als gevolg van het ontbreken van elektriciteit, volle geïmproviseerde kampen en onbeschermde bad- en toiletruimtes maken vrouwen en meisjes extra kwetsbaar voor mishandeling en seksueel geweld. Echtgenoten en broers proberen bescherming te bieden en de vrouwen waarschuwen elkaar op fluisterende toon. Maar iedere nacht als het donker wordt begint de terreur opnieuw……
“We huilen. We slapen. Maar het is een wakende slaap; we wachten op het moment dat er weer iets gebeurt,”zegt Hannah. “Iemand van mijn familie houdt altijd buiten de wacht als we slapen. Ik heb een dochter van vijf en ik maak me grote zorgen om haar. Er zijn hier in Haïti meedogenloze mannen die meisjes van zes maanden verkrachten.”
In het landelijke gebied rond Leogane zijn vrouwen nog eens extra bang voor de ontsnapte veroordeelden uit de ingestorte gevangenis, die het gebied afstruinen.
“We zijn ‘s nachts constant bang, want we horen verhalen over verkrachting uit het kamp hiernaast,”zegt de 23-jarige Rachelle, terwijl ze heimelijk over haar schouder kijkt. “We kunnen er niets tegen doen. Er is geen bescherming. Mannen volgen ons over straat om ons te zien baden. We zijn doodsbang dat ze ons ’s nachts komen opzoeken.
De vrouwen vragen niet veel: tenten voor hun veiligheid, mogelijkheden te baden in een veilige, verlichte omgeving, gescheiden toiletten voor vrouwen en mannen. CARE werkt daar aan, maar realiseert zich ook dat er op de langere termijn moet worden gewerkt aan een oplossing voor het seksuele geweld in Haïti.
“Op korte termijn moeten we zorgen voor betrouwbare medische diensten voor de opvang van de overlevenden van verkrachting, inclusief veiligheid en geestelijke hulp. De vrouwen moeten ook weten waar ze die diensten kunnen vinden. Tegelijkertijd moeten we er alles aan doen om te voorkomen dat nog meer vrouwen slachtoffer worden. Seksueel geweld was hier al een probleem, dat is alleen maar erger geworden,” zegt Janet Meyers, CARE’s expert op dit gebied. “Sinds de aardbeving slaapt iedereen in tenten. Ze hebben al genoeg problemen, deze constante angst moeten ze er niet bijhebben.”
CARE doet er alles aan om de veranderingen die voor deze vrouwen hard nodig zijn voor elkaar te krijgen. Voor vrouwen als Hannah en Rachelle gaan deze veranderingen te langzaam, zij wachten iedere nacht op de ‘mauvais esprits’ die langs hun tent komen.