In mei 2009 startte CARE in Ecuador een project, SINCHIRUNA, dat ruim 10.000 mensen minder kwetsbaar moet maken voor toekomstige natuurrampen, zoals landverschuivingen of aardbevingen. De 69-jarige Paula Perez woont al sinds haar jeugd in het dorp.”We dachten altijd dat de aardverschuivingen een straf van God waren. Nu hebben we door dat wij deze veranderingen ook mede veroorzaakt hebben,” zegt ze.
Paula maakt onderdeel uit van de inheemse Quechua, een stam van Andes-indianen. Al in 1955 vertelde de moeder van Paula haar dat ze zorgvuldig met de aarde moest omgaan:”Als je de aarde met liefde behandelt, geeft ze jou en je kinderen genoeg voedsel en een veilige plek om te leven.” Nu, meer dan vijftig jaar later, constateert ze dat de kennis die het project ze nu oplevert, ook voor latere generaties moet worden vastgelegd. “We moeten nu de allerjongsten vertellen, wat mijn moeder mij al vertelde. Dat ze zuinig moeten zijn op de aarde. Maar we moeten ook zorgen dat ze voorbereid zijn op eventuele rampen.”
Zorgvuldig omgaan met de aarde was voor de hoofdzakelijk ongeschoolde, arme bevolking van het dorp niet het belangrijkste; overleven was een eerste vereiste. Bomen werden gekapt, zonder dat er nieuwe werden geplant. Het gras- en bouwland werd door water losgespoeld en de wind kreeg vrij spel, met instabiel land als gevolg De bergen waar het dorp tegenaan is gebouwd gingen letterlijk schuiven, waardoor zowel huizen als land werden bedolven onder de instortende aarde. Een van de kinderen van Paula kwam bij zo’n verschuiving om het leven.
Door de aardverschuivingen werden de opbrengsten uit landbouw minder. “Kijk eens naar die bergen,”zegt Paula, “ze zijn kaal en veel lager dan vroeger. Toen groeide er voldoende gras om mijn schapen te laten grazen.” Die schapen waren belangrijk om het gezin van Paula in leven te houden. De vetste werden verkocht op de markt in het nabijgelegen Riobamba. Van de wol maakte ze shirts, poncho’s en andere kleren voor haar inmiddels overleden man en voor haar drie kinderen.
Het Sinchiruha project begint aan de basis. Mensen die niet kunnen lezen wordt die vaardigheid beetje bij beetje bijgebracht. Via de scholen, workshops en het opzetten van plaatselijks comités wordt de kennis overgebracht die ook voor latere generaties bewaard moet blijven. “De kennis die we op deze manier krijgen, maakt ons allemaal sterker,” zegt Paula. “Iemand moet ons laten zien hoe we ons het best kunnen voorbereiden, maar uiteindelijk moeten we wel voor onszelf kunnen zorgen. Het dorpscomité moet blijven, zodat zij ons kunnen voorbereiden op rampen, maar ons ook kunnen laten zien wat we anders moeten doen om de risico’s daarop te verminderen.”
Het is meer dan 50 jaar geleden dat de moeder van Paula haar adviseerde zorgvuldig met de aarde om te gaan. Ze wil nu zelf helpen bij het voor elkaar krijgen van verbeteringen. “Ik woon hier nu alleen en ik zal ook op mijn eigen land sterven. Ik vertel de jeugd dat ze verder moeten kijken dan alleen het dorp, dat ze ook in de stad kunnen gaan werken. Mijn eigen kinderen hebben dat ook gedaan. De jeugd moer vooruit denken en zorgen dat we met zijn allen, beetje bij beetje ons land en ons dorp kunnen verbeteren,” zegt ze. “En ik draag daar op mijn manier aan bij. Ik leer schrijven en in de workshop hebben we een kaart van het dorp getekend, ieder huis stond erop. En de gevaarlijke plekken, zodat we weten waar we beter niet kunnen komen.”
Vier workshops heeft ze gevolgd in de negen maanden dat het project inmiddels loopt. Maar nu moet ze weer even bij de schapen gaan kijken. “Caya cama waukiciti, tot morgen broeder!”