Lex Kassenberg, hulpverlener van CARE, stelt een belangrijke vraag aan de kinderen in Afghanistan die hij ontmoet: wat ga je doen als je later groot bent? “Ik wil president worden,” is een antwoord dat hij vaak van meisjes te horen krijgt.
De 53-jarige Kassenberg, werkzaam als landendirecteur voor CARE, kan nog zoveel bewondering hebben voor de spontane antwoorden, hij weet dat de kansen voor de meisjes in Afghanistan nihil zijn. Sterker nog, de klok is de laatste tijd eerder teruggedraaid.
Het belang van opleiding, zeker voor meisjes, is iedereen wel duidelijk. Zowel de Afghaanse bevolking als hulporganisaties doen er alles aan de omstandigheden voor jonge vrouwen te verbeteren. CARE en de Wereldbank hebben daarom samen onderzoek gedaan naar een manier om onderwijs succesvol te laten zijn, ondanks de toenemende gewelddadige aanvallen op Afghaanse scholen.
Het rapport ‘Knowledge on Fire’ kwam vorige week uit. Het rapport wijst uit dat draagvlak binnen een dorp of gebied de kans op aanslagen vermindert. Door de overheid opgezette scholen worden te vaak in verband gebracht met de regering, waardoor de Taliban ze automatisch associëren met Amerika. “Dat is veel minder wanneer het een dorpsinitiatief is,” weet Kassenberg.
Tussen januari en december 2008 werden volgens CARE 1153 bedreigingen geuit of aanvallen uitgevoerd die direct verband hielden met onderwijs. Dat is een grote toename ten opzichte van de situatie van 2005. Vorig jaar verdrievoudigde het aantal aanvallen bijna, tot maar liefst 670. CARE is sinds 1961 aanwezig in Afghanistan waar in tien provincies projecten worden uitgevoerd waarbij het samen met gemeenschappen opzetten van onderwijs centraal staat.
Het in brand steken van scholen komt het vaakst voor, maar met regelmaat worden scholen ook getroffen door granaten. Dit jaar meldde de V.N. zelfs al zestien bombardementen op scholen.
Meerdere Afghanen, waaronder jonge scholieren, zijn omgekomen bij zulke aanvallen. Slechts twintig procent van de Afghaanse scholen is toegankelijk voor meisjes, toch was veertig procent van de aanvallen op die scholen gericht, wat bevestigt dat het aanvallen betreft die gericht zijn tegen het onderwijs aan meisjes. Kassenberg:”Stop met lesgeven en stop met meisjesscholen. Anders maken we je af.” Dat was de boodschap voor een hoofdonderwijzer die door gemaskerde mannen uit zijn huis gehaald en in elkaar geslagen werd.
“Jongens zijn de diamantjes van de familie,” vervolgt hij. Maar het is hem opgevallen dat de waardering voor meisjes groeit als hij eenmaal over het onderwerp met vaders in gesprek is. “Waar begint het leren van je kind?” vraagt hij. “Bij hun moeder.” Vaak zie je dat de mannen hier over nadenken. “Je hebt een punt,” vertellen ze Kassenberg. “We hebben er nooit op die manier naar gekeken.”
Toenemende bewustwording in de gemeenschappen is de sleutel tot het verkrijgen van lokaal draagvlak en het bekendmaken van de lokale leiders met strategieën die de risico’s verkleinen,citeert Kassenberg het rapport. Wanneer de gemeenschap er niet bij wordt betrokken is dat een vrijbrief voor gevaar.
Het rapport van CARE komt uit op het moment dat het Congres van de Verenigde Staten debatteert over de ‘International Violence to Women Act’, die er wereldwijd voor moet zorgen dat geweld tegen vrouwen afneemt. Een belangrijk onderdeel van die wet is de training van leraren en beleidsmakers in het voorkomen van geweld tegen vrouwen en meisjes op scholen.
Slechts 28 procent van de volwassen Afghaanse bevolking kan lezen en schrijven, wat een grote belemmering is voor de verdere ontwikkeling van het land.
Kassenberg hoopt dat het CARE-onderzoek Afghanistan het duwtje in de rug geeft dat hard nodig is. En dat ooit de ambitie om president te worden meer is dan de droom van een klein meisje.
bron: CNN