Het dorpje Korong Barang-barangan ligt boven op een stijl aflopende rots, verborgen voor de buitenwereld op 45 kilometer van de stad Pariaman. Elektriciteit en een waterleiding kennen ze hier niet. De gemeenschap reageerde op haar eigen manier op de grote schade die de zware aardbeving van 30 september aan huizen en infrastructuur toebracht. Gelaten, zonder enige hulp van buitenaf.
De 38-jarige Sari Nayan woont al haar hele leven in het dorp, zoals vele generaties voor haar. Ze is getrouwd met Jafi, 45, boer. Samen hebben ze drie kinderen; Resmon van 12, Sapriyanto van 7 en Sri Wahyuni, hun 4-jarige dochter. Het huis en de bouwgrond van de familie liggen vlak bij de rand van de rots.
“Mijn hele familie was buiten naar een volleybalwedstrijd aan het kijken toen de aarde begon te beven,” zegt Sari, terwijl ze haar groene shawl recht doet. Toen de beving stopte, renden ze allemaal naar het huis dat zwaar beschadigd was. Ze voelt zich verschrikkelijk en heeft moeite haar tranen in te houden. “We zijn ons huis kwijt.”
De zware beving verwoestte niet alleen het huis, maar ook de wateropslag. De tank waarin de familie regenwater opving was verwoest. “Zeven dagen lang hebben we buiten geleefd, omdat we bang waren om binnen te blijven. Er stonden nog wel wat muren, maar die zouden bij de minste beweging in kunnen storten.”
CARE’s hulpteam arriveerde zes dagen na de aardbeving in Korong Barnag-barangan met noodvoorraden. “We troffen een dorp aan dat door de moelijke bereikbaarheid nog helemaal geen hulp had ontvangen,” vertelt Adjie Fachrurazzi, CARE’s coördinator in de regio. “Toen we dat wisten, hebben we alle zeilen bijgezet om noodpakketten naar het dorp te brengen.”
“Ik had niet verwacht dat we nog zoveel geluk zouden hebben. Ons dorp ligt zo afgelegen, wie moest ons hier vinden?” vraagt Sari zich af. “CARE was als eerste hier om ons te helpen.”
Zeven dagen gingen voorbij na de aardbeving. Sari Yani is nog zo bang dat ze nog niet buiten het dorp durft te komen. Terwijl ze vroeg naar de markt ging om eten te kopen, maakt ze nu gebruik van wat de natuur te bieden heeft.
Omdat de watertank ook vernield is, moeten ze nu meer dan een halve kilometer bergafwaarts lopen om aan water te komen. Iedere dag loopt de hele familie twee keer naar de rivier. Supriyanto sjouwt een jerrycan van 10 liter mee, terwijl Sari kleren en borden meeneemt om schoon te maken. Resmon heeft ook nog een jerrycan van 5 liter bij zich.
“Het is niet zo’n probleem om beneden te komen, maar terug naar boven met die volle jerrycans en al die andere spullen is een ander verhaal,” zegt Sari terwijl ze de haar pijnlijke armen masseert. “We zijn steeds doodmoe.”
Sari Nayan hoopt dat haar leven weer normaal kan worden, zoals het voor de aardbeving was. “We weten dat we er niet alleen voorstaan, waardoor we ons wat minder geïsoleerd voelen. Ik hoop dat we ooit een beter leven krijgen- een leven waarin mijn kinderen een plek hebben die ze thuis kunnen noemen.”