Home
Zoeken:
Sitemap Print

Jongens denken dat we met granaten gaan gooien

De burgeroorlog in Burundi mag dan al vijf jaar afgelopen zijn, veel mensen dragen de littekens nog met zich mee. Niet in het minst zij die direct betrokken waren bij de rebellengroepen. De ervaringen zijn vooral zwaar voor vrouwelijke ex-strijders, die nu proberen hun leven weer op te pakken te midden van buren die hen nog steeds als misdadigers beschouwen. Prima Ndikumagenge was als verslaggever van de BBC in Bujumbura om daar te praten met enkele van deze voormalige rebellen.

Ze sprak ondermeer met de 22-jarige Mediatrice Ndikumana, die uitlegt dat ze zich op 10-jarige leeftijd bij de voormalige Palipehutu FNL Rebellen aansloot. In eerste instantie om eten voor de rebellen klaar te maken, maar na vijf jaar in het oerwoud wist ze heel goed hoe met een geweer om te gaan en hoe te doden. Sinds de demobilisatie van 12 maanden geleden, woont ze weer in haar dorp in de heuvels, van waaruit ze de hoofdstad Bujumbura kan overzien.

Niemand heeft haar verwelkomd. Haar buren zien haar nog steeds als de rebel die hun eigendommen wilde stelen of vernielen. Erger nog, als die rebel die doodde. Mediatrice vertelt:”Als ze het over ons hebben, zeggen ze dat we moordenaars zijn, die hen ‘s nachts kunnen aanvallen en vermoorden….. Sommigen zoeken toenadering, anderen laten ons links liggen. Het is niet anders.”

Annabelle Hategekimana, ook een voormalige rebel die nu in de twintig is, voegt daaraan toe dat altijd wanneer er een misdaad wordt gepleegd in het dorp, zij de eersten zijn die er op aan worden gekeken. “Ze denken dat we nog steeds misdadigers zijn en geloven dat we er op uit zijn hen kwaad te doen.” Als er bij iemand is ingebroken, kijkt het hele dorp eerst naar de ex-rebellen. Annabelle:”Wij moeten de daders zijn, dus komen ze naar onze huizen en wachten ons op.”

Terwijl de jonge vrouwen moeten leren omgaan met vijandige buren, kennen ze ook het vooruitzicht van leven zonder liefde. De kans is gering dat dromen van een gelukkig, getrouwd leven uit zullen komen. 

“Jongens zijn bang van ons,” vertelt Annabelle. “Ze geloven niet dat wij met iemand samen kunnen leven, zijn bang dat we ‘s nachts granaten naar hen zullen gooien. Als er al een jongen toenadering zoekt, is dat omdat hij sex wil. Omdat ze denken dat we in de jungle ook seksuele objecten waren. Dus vertellen we hen dat ze maar naar maagden op zoek moeten gaan.” 

CARE International probeert deze voormalige strijders te ondersteunen hun weg in de maatschappij weer te vinden door ze aan te moedigen kleine bedrijfjes te starten met andere vrouwen die niet bij de gevechten betrokken waren. Maar veel van hen blijven achtervolgd worden door wat ze gezien en gedaan hebben op het slagveld.  Annonciate Nduwayezu vertelt hoe ze probeert aan deze herinneringen te ontsnappen, vooral ‘s nachts:”Wat ik heb meegemaakt, komt steeds weer terug. Hoe dicht ik bij de dood was. Als dat gebeurt, probeer ik alles om het te verdringen. Ik begin te zingen of ga met kinderen spelen. ‘s Nachts, als ik alleen ben, smeer ik mijn haar vol met water en lotion, zodat ik diep kan slapen. Of anders bid ik, bid ik en bid ik nog eens. Maar vaak helpt het niet en probeer ik iets anders….”

Weergave BBC-reportage door Prima Ndikumagenge in Burundi