Betty Kweyu, teamleider van het CARE Kenia noodhulpteam in de provincie Nyanza
De dertig jarige Betty komt oorspronkelijk uit Homa Bay, een gebied aan het Victoriameer, zo’n 100 km van de stad Kisumu. CARE zond haar half januari naar Kisumu om daar de noodhulp te regelen. Betty werkt normaal voor CARE in Garissa, in het Noordoosten van Kenia, en ze is projectmedewerker in de Dadaab vluchtelingen programma’s.
“In Kisumu helpen we voornamelijk de sloppenwijken van Nyalenda. We werken samen met de Lutherse kerk, onze lokale partner. Zij werken in een consortium van 14 kerken en betrekken ook de jeugd bij hun acties. Lokale kerken begrijpen deze mensen goed en weten dus wat er speelt.
Mensen leven nu op een maaltijd per dag, als ze geluk hebben. Hun koopkracht is sinds het geweld na de verkiezingen enorm gedaald, want veel winkels zijn platgebrand en mensen zijn hun bestaansmiddelen verloren. De aanvoer is verstoord.
Wanneer je de sloppenwijken binnenloopt, zie je jongeren doelloos rondhangen. Er is geen werk en de meesten van hen hebben niets te doen. In dit gebied zijn veel huizen platgebrand. De Lutherse kerk gaat naar deze jongeren toe om te kijken wie de meeste behoefte aan hulp heeft. Als jongeren niets te doen hebben, hebben ze eerder de neiging om rotzooi te trappen. Maar als je hen erbij betrekt, kunnen ze je helpen bij het zoeken naar de meest kwetsbare mensen.
Tijdens een situatieanalyse door verschillende instellingen ontmoette ik een weduwe in het dorp Manyatta, in Nyandela. Voor de verkiezingen had ze een goed leven als eigenaar van een winkel met een aantal naaimachines. Maar tijdens de gevechten is al haar bezit verbrand. Nu maakt ze zich zorgen over het vinden van voedsel. Ze had ook een lening, die ze door de crisis niet meer terug kan betalen.
Terwijl ik met haar praatte, besefte ik mij dat het moeilijk is de meest kwetsbare mensen te helpen. Ze vertelde me dat bij eerdere distributies van andere instellingen, zij niet eens in de buurt van het voedsel kon komen. Sterke jongeren drongen zich naar voren om voedsel te ontvangen. Zij was bang om omver geduwd te worden en zich pijn te doen.
Een ander probleem waar ik op stuit, is het feit dat niet alle ontheemden zichtbaar zijn. Veel van hen leven met familie en vrienden, en niet in de kampen. Daarom zijn er ontheemden die niet mee worden geteld. Mensen zorgen voor hun gevluchte familieleden en leven dus geen normaal leven meer. Zij delen hun bestaansmiddelen.
De afgelopen weken heb ik een hoop woede en verdriet gezien. Veel ontheemden keren ook terug naar de provincie, want het is de provincie waar ze geboren zijn. Mensen zijn ook bang voor criminelen die eigendom van anderen plunderen en vernielen.
Natuurlijk zijn mensen ook bang om alleen over straat te lopen en vooral ’s nachts. Mensen zijn bang om in hun huis of werkplaats te worden aangevallen. Als ik met collega’s ben, voel ik me veilig, maar niet als ik alleen ben. Ik ben deze dagen bijna nooit alleen, dat durf ik niet. Ik ben bang.
Het is interessant om te zien dat mensen met spanningen leren omgaan. Aangezien de situatie direct na de verkiezingen erg slecht was, maken mensen er nu zelfs grapjes over. Er is ook een sterk communicatienetwerk ontstaan. Wanneer er ergens een demonstratie wordt georganiseerd, brengen mensen elkaar op de hoogte via de telefoon of mondeling. Mensen zijn nu in staat om onrustige gebieden te vermijden. Ze weten vroeg genoeg of ergens iets zal gebeuren en of er problemen zijn.
Dit is een compleet ander Kenia dan dat ik de afgelopen 30 jaar heb gekend. Nu moet iedereen voorzichtig zijn. Ik was altijd in staat om alleen over straat te lopen en voelde me veilig. Ik ben op dit moment niet eens meer trots om een Keniaan te zijn. Soms voel ik me erg gefrustreerd, omdat de behoeften van de mensen zo groot zijn, dat mijn bijdrage bijna in het niet valt.
Ik heb hier afgunst en haat gezien tegen andere stammen. Voorheen was dit niet zo. Mensen in Kisumu verwelkomden mensen van andere stammen en gaven hen zelfs een lokale naam. Mijn tweede naam, Kweyu, is niet van de grootste stam hier, de Luo, en soms voel ik me zelfs niet op mijn gemak wanneer ik mijzelf voorstel.
Ik denk dat de politiek ons dit heeft aangedaan. Mensen hebben moeten kiezen. Het is nu jij en ik, wij tegen hen, dat is heel vreemd. Op het werk doet iedereen normaal tegen elkaar, maar buiten heerst er een gespannen sfeer. Mensen zijn bang om te blijven wonen waar ze al decennia lang leven. Maar als ze geen andere mogelijkheden hebben, moeten ze blijven en maar hopen dat hun buurtbewoners zich niet tegen hen keren. Sommige buurten creëren nu buurtgroepen om de wacht te houden en zichzelf te beschermen.
Inmiddels is mijn familie eraan gewend dat ik dit soort werk doe. Toen ik voor de eerste keer naar Garissa ging, dacht ik dat ze zouden sterven van angst. Nu gaan ze akkoord met mijn werk, en steunen mij zelfs, want ze weten dat het me blij maakt. Ze vertellen me alleen wel dat ik goed op mezelf moet passen.”| CARE Internationaal | ||||