CARE en andere hulporganisaties doen wat ze kunnen om noodhulp te geven, maar de vluchtelingen blijven de kampen in een dusdanig tempo overstromen dat de systemen het nauwelijks meer aankunnen.
Alleen als de Sudanese regering, de African Union en de internationale gemeenschap in staat zijn de vluchtelingen veiligheid en zekerheid te geven, zullen zij hun tijdelijke verblijfplaatsen op kunnen geven om weer terug te keren naar huis.
In september zijn de gevechten tussen de regering en de rebellen toegenomen, waardoor nog meer mensen weggevlucht zijn uit hun dorpen en huizen op zoek naar veiligheid in de overvolle kampen. Ondanks een akkoord, getekend door de Sudanese regering, dat de mensen niet gedwongen worden om terug te keren, is er geen garantie voor hun veiligheid. Alleen als de situatie veilig is, kunnen ze vrijwillig terugkeren.
"Ze zijn getraumatiseerd door alle verwoestingen en het geweld dat ze aan den lijve ondervonden hebben en hun levenscondities zijn momenteel erg slecht", vertelt Geoffrey Chege, Regionaal directeur CARE International voor Oost en Centraal Afrika. "De vrouwen zijn zo bang om verkracht te worden, dat ze nauwelijks water durven te halen. De mannen kunnen ze niet eens escorteren, bang dat ze onderweg vermoord worden. We doen er alles aan om te zorgen dat ze voedsel, schoon drinkwater, sanitaire voorzieningen en onderdak krijgen."
CARE zorgt ervoor dat 400.000 mensen in Zuid en West Darfur voorzien worden van voedsel, plastic voor onderdak, dekens, water containers en zeep. Verder levert CARE water en latrines voor 53.000 mensen en is er een therapeutisch centrum opgezet in Nyala. In Tsjaad managed CARE International 4 vluchtelingenkampen en geeft noodhulp aan 80.000 vluchtelingen.
| CARE Internationaal | ||||