Afgelopen september besloot Gader terug te keren. Hij had gehoord dat het zuidwesten van Darfur redelijk rustig was en dat nomaden en boeren aarzelende stappen tot verzoening leken te maken.
Darfur is nog het strijdperk van de Soedanese overheid en rebellen, maar er zijn ook delen waar de bevolking terugkeert. Een moeilijke reis en het is de vraag hoe lang het goed gaat, maar hulpverleners schatten dat er enkele duizenden mensen zoals Gader zijn teruggekeerd en dat er velen nog onderweg zijn.
Gader wil vooruit kijken, een nieuwe hut bouwen en uien zaaien. “Als ik naar m'n oude huis kijk”, zegt hij, “voel ik geen angst. Ik voel schaamte.”
De meeste terugkeerders zijn boeren, de grootste groep slachtoffers van het bloedvergieten in Darfur. Levensstijl en etniciteit zijn onafscheidelijk in Darfur. Boeren behoren tot de niet-Arabische stammen, terwijl de nomaden zichzelf als raszuivere Arabieren beschouwen. Toch hebben deze twee groepen niet altijd tegenover elkaar gestaan.
In Wastani, een dorp vlakbij Artala, dronken niet eens zo lang geleden nomadenvrouwen en boerenvrouwen nog thee met elkaar. Nomaden, die kamelen en koeien hoeden, ruilden vlees voor het graan van de boeren. Beide groepen leefden op hetzelfde droge stuk land.
Tot de oorlog uitbrak. Gewapende nomaden overvielen Wastani in 2003, brandden de hutten af en schoten mensen neer. Het was een nachtmerrie, die zich nog talloze malen zou herhalen in Darfur, een gebied even groot als Frankrijk.
Maar nu, voor het eerst, keren boeren uit Wastani terug, en de nomaden proberen zich van hun goede kant te laten zien. Hawa Abdullah, een dorpsbewoonster, zegt dat kort na haar terugkeer, een oude Arabische vriendin bij haar thuis kwam met haar armen vol etenswaar en haar ogen vol tranen. “Ze zei dat het haar speet en huilde nog harder dan ikzelf.”
Achtergrond
Waar gaat het conflict in Darfur om? Op het gevaar af te simplificeren: niet-Arabische stammen voelden zich buitengesloten door de (Arabische) overheid van Soedan en vormden rebellengroepen om de overheidstroepen aan te vallen. De overheid liet daarop Arabische milities bewapenen die de rebellen niet rechtstreeks aanvielen, maar in plaats daarvan burgers grof bejegenden die behoorden tot dezelfde stammen als de rebellen.
Het conflict smeulde jaren, totdat er in 2003 flinke gevechten oplaaiden. Meer dan 200.000 mensen zijn sindsdien vermoord en 2,5 miljoen uit hun huis gedreven. Ondanks een vredesverdrag dat in de lente van 2006 met een van de rebellengroepen werd getekend, gaat het bloedvergieten door, vooral in Noord-Darfur, en vele diplomaten en hulpverleners hebben een humanitaire ramp voorspeld. Amerika en Europa doen pogingen om een VN-vredesmacht in Soedan te posteren, maar de overheid weigert.
Sommige dingen lijken beter te gaan. Volgens een VN-studie van oktober 2006 zijn ondervoeding en kindersterfte sinds 2004 afgenomen en zijn mensen die een boerenbestaan leiden beter af dan kampbewoners zonder land.
Kampbewoners kijken de kat uit de boom. Ze hebben scholen, watertorens en medische voorzieningen, zaken die in de dorpen ontbreken en die wrevel wekken. Vele kampen zijn uitgegroeid tot grote plaatsen met duizenden hutjes, opeengepakt in lange rijen, als heuse straten.
Wastani had vroeger een levendige zondagsmarkt, die duizenden boeren uit het veld trok en waar nomaden van mijlenver op afkwamen om er te handelen in groente, vee, thee, suiker, om er nieuwtjes uit te wisselen en soms zelfs om een partij te vinden voor de hand van hun dochters.
In de jaren dat het conflict duurt is de markt leeggebloed. James Wole, teamleider van CARE, die als een van de eerste hulporganisaties in Darfur aanwezig was, zei dat de nomaden uiteindelijk inzagen zij hun eigen handel benadeelden. Daarom zagen ze ook weer uit naar de terugkeer van de boeren.
CARE Nederland probeert deze ontwikkeling te stimuleren door boeren en nomaden bij elkaar te brengen in gezamenlijke comités. Dan kunnen ze samen beslissen over zaken op het gebied van landbouw en waterbeheer.
Maar er is achterdocht bij veel boeren. Gader zegt dat zijn nieuwe hut van stro gemaakt wordt en niet van leem. “Je weet nooit wanneer we weer moeten verkassen.” En mevrouw Abdullah zei dat het eten van haar Arabische vriendin heerlijk was, maar dat ze haar sindsdien niet meer heeft gezien. Dat is meer dan zes maanden geleden.
Bewerking van het artikel "In a calm corner of Darfur, villagers rebuild Ties", door Jeffrey Gettleman.
| CARE Internationaal | ||||