Klimaatonderhandelingen moeten zorgen voor vermindering uitstoot door ontbossing en Fondsen voor Aanpassing
Bali, Indonesië, 11 december 2007 – Tien jaar na ondertekening van het Kyoto Protocol richten onderhandelaars op de VN Klimaattop zich eindelijk op twee cruciale kwesties die tot nu toe genegeerd zijn: hoe verder te gaan met financiële ondersteuning voor aanpassing aan klimaatverandering in ontwikkelingslanden, en hoe de uitstoot van broeikasgassen door ontbossing te verminderen. Beide kwesties hebben belangrijke gevolgen voor het levensonderhoud en welzijn van arme gemeenschappen.Het Klimaat Adaptatiefonds, dat bijna rond is, zou een belangrijk mechanisme kunnen zijn om ondersteuning te bieden aan mensen die het meest kwetsbaar zijn voor klimaatverandering. Maar ook wanneer het fonds operationeel is, zal dat niet alle noodzakelijke behoeften kunnen dekken, dat geschat is op 86 miljard Amerikaanse dollar per jaar in 2015. Dit cijfer is gelijk aan 0,2 procent van het Bruto Binnenlands Product van ontwikkelde landen of één tiende van wat deze landen jaarlijks toewijzen aan het militaire budget. Desondanks verontrust het ons dat de beschikbare fondsen niet in de meest noodzakelijke behoeften kunnen voorzien.
Meer dan een miljard van ’s werelds armste mensen zijn sterk afhankelijk van tropische regenwouden voor hun bestaanszekerheid. In Afrika gebruikt 90 procent van de arme bevolking brandhout om op te koken. In veel ontwikkelingslanden zijn bossen voor de armen vaak de enige bron van inkomsten. Ook brandstof en veevoer voor hun dieren halen zij uit het bos. Deze belangen van de arme bevolking zouden genegeerd kunnen worden tijdens mondiale pogingen om ontbossing tegen te gaan door bossen een waarde te geven, die gerelateerd is aan de hoeveelheid opgeslagen kooldioxide en andere broeikasgassen. Onder het Kyoto Protocol is een marktmechanisme werkzaam voor de opslag van broeikasgassen, de Carbon Markets. Hierdoor vertegenwoordigt een bos in Indonesië bijvoorbeeld een waarde van 10.000 Amerikaanse dollar per hectare, dus de financiële inzet is hoog.
“Ons belang is dat de Carbon Markets overheden motiveren om arme mensen te laten profiteren van het bos, aangezien dorpen rondom het bos niet schuldig zijn aan grootschalige ontbossing,” zegt Phil Franks, Poverty Environmental Network Coördinator voor CARE. “Het zijn veel meer de machtige belanghebbenden die verantwoordelijk zijn.”
Op lange termijn zullen mensen die het dichtst bij het bos wonen een enorm belang hebben bij het behoud van het bos. Wanneer onderhandelaars bossen behandelen als onaanraakbare vestingen zullen zij de armste mensen hun vrijheid afnemen.
“Dit zijn kwesties van leven en dood in de dorpen waar wij werken,” zegt Dr. Charles Ehrhart, Coördinator Klimaatverandering voor CARE. “Het is van belang dat de middelen, die arme mensen tot hun beschikking hebben, toenemen, zowel door het behouden van hun bossen als door hen meer toegang te verlenen tot fondsen voor hun adaptatie aan het veranderende klimaat.”
Onderdeel van CARE’s belangrijkste missie om armoede te bestrijden is het helpen van de meest kwetsbare gemeenschappen om zich aan de onvermijdelijke gevolgen van klimaatverandering aan te passen. Zo werkt CARE bijvoorbeeld in Kalimantan, een van de armste provincies in Indonesië, waar in 2006 lokale brandweerbrigades in drie maanden tijd branden over meer dan 240.000 hectare grond wisten te blussen.| CARE Internationaal | ||||