Home
Zoeken:
Sitemap Print

William Dowell



Waarom zijn er na zestig jaar ontwikkelingshulp nog steeds zoveel arme mensen op de wereld? Is al het geld over de balk gegooid en/of in de zakken van corrupte politieke leiders verdwenen? Generation Next voelt drie deskundigen aan de tand.


DE NIEUWE GENERATIE KOMT ERAAN

“Het komt niet terecht bij de mensen die het nodig hebben”. Over ontwikkelingshulp wordt van alles geroepen, vaak door mensen die er niets van afweten. Zo iemand is William Dowell bepaald niet, en hij is juist optimistisch: “Alles kan beter, maar de armoede in de wereld is wél teruggedrongen.”

Voor William Thatcher Dowell kennen de internationale noodhulp en ontwikkelingshulp weinig geheimen. Als journalist voor onder meer ABC News, NBC en Time Magazine verbleef hij langdurig in Afrika en Azië. Van 2005 tot 2008 werkte hij voor CARE International, waar hij onder meer verantwoordelijk was voor de interne en externe communicatie rond noodhulpoperaties van het Emergency Response Team. Nu is de in Genève woonachtige Dowell journalist voor de site Global Post.

Er is in toenemende mate kritiek op ontwikkelingshulp. Deelt u die?

“Alles kan beter, ook binnen de ontwikkelingshulp. Een feit is echter dat de armoede is teruggedrongen: er leven nu 500 miljoen mensen minder onder de armoedegrens dan een kwarteeuw geleden. Feit is ook dat de kindersterfte is gehalveerd en dat veel meer kinderen dan ooit naar school gaan. Maar naast alle verworvenheden moet je ook constateren dat er het nodige is misgegaan. Te vaak schoot de hulp zijn doel voorbij omdat niet werd gekeken naar waar de landen daadwerkelijk behoefte aan hadden. Gelukkig is dat veranderd, er wordt nu beter samengewerkt met de lokale bevolking, overheden en organisaties. Nu nog een betere samenwerking tussen de NGO’s (niet aan overheden gebonden organisaties-red.) onderling en we zijn een eind op de goede weg. De NGO’s moeten beter met elkaar communiceren over welke projecten wel en niet succesvol zijn en daar lessen uit trekken. Kortom: meer openheid ten opzichte van elkaar, maar ook, zo weet ik uit ervaring, binnen de eigen organisatie. Maar dat het beter kan, wil niet zeggen dat we maar beter kunnen stoppen met ontwikkelingshulp. Wat CARE doet in Ethiopië op het gebied van watermanagement, is echt van wezenlijk belang voor de toekomst van dat land.”

Wat is de grootse hobbel bij ontwikkelingshulp?

“Corruptie, zonder twijfel. Politici kopen stemmen om aan de macht te komen of aan de macht te blijven. Miljarden aan steun verdwijnen in de verkeerde zakken, zeker in Afrika.”

Wat kunnen CARE en de andere NGO ’s doen aan dit probleem?

“Voor NGO’s zie ik het ontwikkelen van een civil society als de belangrijkste opgave. Ze moeten mensen leren hoe ze zich kunnen organiseren, hoe ze hun lot in eigen handen kunnen nemen. NGO’s zijn daarvoor de aangewezen organisaties. Omdat ze onafhankelijk zijn, genieten ze de steun en het vertrouwen van de bevolking. Maar geen civil society zonder goed onderwijs, vooral aan vrouwen. Want onwetende vrouwen voeden onwetende kinderen op. Daar ligt een belangrijke rol voor NGO’s. Waarom worden er in Afrika geen universiteiten naar westers model opgezet, zoals Amerika dat heeft gedaan in het Midden-Oosten? Dat heeft een enorme impact gehad op de bevolking.”

Hoe ziet u de toekomst van Afrika?

“Het continent wordt harder door de financiële crisis getroffen dan was verwacht.  Westerse investeerders blijven weg en zij zijn juist wat Afrika nodig heeft, meer nog dan hulp. China daarentegen ziet wel kansen in Afrika en neemt de prominente rol van het Westen over. Ik heb daar gemengde gevoelens over. Hun aanwezigheid wordt ingegeven door eigenbelang, ze willen de aanvoer van natuurlijke grondstoffen veilig stellen. In die zin gedragen zich als een oude koloniale macht. Aan de andere kant moet je blij zijn met hun investeringen in bijvoorbeeld de infrastructuur. Mijn hoop voor Afrika is gevestigd op een nieuwe generatie goed opgeleide, energieke mensen. Ze komen eraan.”