In ieder van de 546 dorpen waar het FoSHoL-project is uitgevoerd, werden de armste huishoudens uitgenodigd om twee personen – bij voorkeur een man en een vrouw – af te vaardigen voor de vorming van een dorpsgroep. Iedere dorpsgroep richtte vervolgens een groepsfonds op door wekelijks 10 taka (€ 0,10) spaargeld per deelnemer in te leggen. Als aanmoedigingspremie werd gedurende de looptijd van het project de inleg verdubbeld uit het FoSHoL-budget.
Uit het totale spaarvermogen worden leningen verstrekt, waarover maandelijks 2% rente betaald moet worden. Dat is bijzonder weinig in vergelijking tot de 13 tot 17% rente die professionele geldleners vaak berekenen. De rente wordt bovendien gebruikt om groepsvermogen op te bouwen, zodat daaruit gemeenschapsinitiatieven gefinancierd kunnen worden.