Klimaatverandering plaatst de mens voor de grootste humanitaire uitdaging in de geschiedenis. Rijzende zeespiegels, oprukkende woestijnen en gebrek aan zoet water dreigen een klimaatmigratie van apocalyptische proporties uit te lokken. Het is inmiddels vijf voor twaalf en de klok tikt door. CARE’s Coördinator Klimaatverandering dr. Charles Ehrhart stelt: “Klimaatmigratie ontwricht levens. Nu al.”
Klimaatmigratie is zo oud als de mensheid. Zestigduizend jaar geleden wandelden we Afrika uit, omdat de grote meren die ons van voedsel voorzagen – op de plek van de huidige Rift Valley – plotseling opdroogden. In de veel recentere Bijbelse geschiedenis wemelt het van de uittochten en volksverhuizingen. Paleontologen zijn het erover eens dat die zonder uitzondering het gevolg waren van natuurrampen. In het verleden ging het om relatief kleine groepen mensen. Anno 2009 staan we daarentegen aan de vooravond van een door klimaatverandering veroorzaakte uittocht van catastrofale omvang.
De deels door onszelf veroorzaakte opwarming van de aarde blijkt sneller te gaan dan de zwartste scenario’s nog maar enkele jaren geleden voorspelden. In de armste landen van Afrika grijpt de verwoestijning razendsnel om zich heen. Andere economisch zwakke gebieden, zoals de Vietnamese Mekong Delta, dreigen juist te overstromen. Duizelingwekkende aantallen mensen verliezen hun bestaansmiddelen en zullen vluchten. Volgens het Global Humanitarian Forum, een denktank onder leiding van oud-secretaris-generaal van de VN Kofi Annan, zullen tussen nu en 2050 tussen 200 en 700 miljoen mensen door klimaatgerelateerde rampen uit hun vertrouwde leefomgeving worden verdreven. CARE is zich terdege bewust van deze humanitaire tijdbom. Samen met de Universiteit van de Verenigde Naties en Columbia University in New York schreef CARE het rapport In Search of Shelter . Daarin worden grofweg vier hot spots van de ‘eco-migratie’ gesignaleerd: de droge landen in de Afrikaanse sub-Sahara, diverse rivierdelta’s in Azië, Mexico en het Caribische gebied en de laaggelegen eilanden in de Indische en Stille Oceaan. Om een indruk te geven van de potentiële omvang van het probleem: een zeespiegelstijging van één meter betekent dat 24 miljoen mensen langs de Ganges, Brahmaputra, Irrawaddy, Salween, Mekong, Yangtze en de Gele Rivier hun biezen moeten pakken.
“Als de klimaatverandering geen halt wordt toegeroepen, dan worden de armste en kwetsbaarste mensen op aarde het eerst en het hardst getroffen,” zegt CARE’s Coördinator Klimaatverandering dr. Charles Ehrhart van Columbia University. “Mensen migreren om allerlei redenen. Dat is niet per definitie negatief. Maar je ziet nu al dat grote groepen mensen huis en haard verlaten puur als gevolg van klimaatfactoren. En dat is rampzalig.” De astronomische getallen roepen beelden op van gigantische, wanhopige massa’s die enorme afstanden afleggen en hun leven wagen om bijvoorbeeld ‘Fort Europa’ binnen te komen. Maar de meeste klimaat- slachtoffers zullen – zeker in eerste instantie – op zoek gaan naar een veilige plek in eigen land of de buurlanden. In landen die hierop voorbereid zijn en adequate opvangmaatregelen hebben getroffen, hoeft dat niet noodzakelijkerwijs te leiden tot conflicten. Maar in arme, onstabiele landen kunnen de klimaatverandering en de volksverplaatsingen die daarvan het gevolg zijn gemakkelijk grote en complexe conflicten met zich meebrengen. Mensen die al onder het bestaansminimum leven, zullen als ze hun land zien verdorren verbeten op zoek gaan naar onderdak en een stukje grond waar hun vee kan grazen. In een land als Kenia leidt dat nu al tot lokale conflicten. Ehrhart: “Je ziet dat zelfs relatief triviale geschillen in zo’n situatie kunnen ontaarden in grensoverschrijdende religieuze of politieke oorlogen. Dat maakt het vervolgens nog moeilijker voor getroffen mensen om te overleven, met als gevolg dat de spanning nog verder oploopt. In het helaas maar al te plausibele worst case scenario bezwijken alle sociale vangnetten en verandert een regio in een kruitvat.” Talloze met bloed, zweet en tranen geboekte overwinningen kunnen zo in een mum van tijd ongedaan worden gemaakt. Om een totale catastrofe te voorkomen, moeten op diverse niveaus ingrijpende beslissingen worden genomen.
CARE roert zich in de internationale politieke arena, maar draagt vooral bij met wat de organisatie het beste kan: het metterdaad bijstaan van de allerarmsten. Zij richt zich op het menselijke gezicht van de klimaatverandering. “Concreet helpen we arme huishoudens zich aan te passen aan een steeds vijandiger omgeving,” zegt Charles Ehrhart. Om dit zo efficiënt mogelijk te doen, riep CARE het Climate Change Innovation Fund in het leven. Een belangrijk programma dat uit dit fonds wordt gefinancierd, is de zogenoemde Community Based Adaptation (Aanpassing Gebaseerd op de Gemeenschap). Ehrhart: “We proberen individuen, huishoudens en dorpen kennis en middelen te geven om de schadelijke consequenties van de klimaatverandering te minimaliseren. Daarbij zoeken we naar praktische oplossingen. Een eenvoudig voorbeeld: in Bangladesh helpt CARE mensen over te schakelen van kippen op eenden, omdat eenden zwemmers zijn en dus een veel grotere kans hebben de steeds vaker voorkomende overstromingen te overleven.” CARE Nederland levert expertise op de gebieden van het verminderen van risico’s voor de bevolking, omgaan met crisis en wederopbouw: Hansje Brinkers – het beroemde Hollandse jongetje met het vingertje in de dijk – nieuwe stijl. “De klimaatverandering maakt dat het natuurgeweld vaker en krachtiger toeslaat,” zegt CARE-medewerker Erik Rottier. “Maar in gebieden waar mensen toch al kwetsbaar zijn, is de impact natuurlijk groter. Met behulp van zogenoemde Early Warning Systems geven we zulke gemeenschappen de mogelijkheid een dreigende veen- of bosbrand of overstroming te zien aankomen. Door bovendien preventief schuilplaatsen te bouwen en voedselvoorraden en zaaigoedbanken aan te leggen, kunnen mensen vervolgens de gevolgen op langere termijn van een ramp beperken.”
Aanpassing aan een veranderend klimaat behelst natuurlijk meer dan voorbereiding op de grote catastrofes die de krant halen. Geleidelijke veranderingen, zoals stijgende temperaturen en chaotische neerslagpatronen, vormen een veel grotere en constantere bedreiging voor arme mensen in de risicogebieden. CARE stimuleert deze kwetsbare groepen daarom over te stappen op vormen van landbouw die beter bestand zijn tegen de lokale klimaatverandering. Vaak gaat het om de introductie van innovatieve landbouwtechnieken, maar soms is het juist beter om oude, bijna vergeten kennis nieuw leven in te blazen. Een mooi voorbeeld vormt CARE’s Aja Shuar project in het Ecuadoriaanse Amazonegebied. “De oorspronkelijke bevolking trekt uit dit fantastische gebied weg, omdat toenemende droogte grootschalige landbouw onrendabel maakt,” zegt coördinator Margareth Li van CARE USA. “In de steden wacht deze mensen echter bittere armoede. Wij stimuleren ze om de levenswijze van hun recente voorouders weer op te pakken. Die hadden relatief kleine, omsingelde tuinen, waarin ze een grote diversiteit aan eetbare en medicinale gewassen teelden. De voordelen van deze ouderwetse horticultuur zijn legio. Het levert voldoende uitstekende voedingsmiddelen, het beschermt tegen erosie en een dalende grondwaterspiegel, het garandeert het behoud van zeldzame dier- en plantensoorten en het verschaft deze mensen een aangenaam, zinvol en onafhankelijk bestaan.”
Er is nog veel werk aan de winkel. Charles Ehrhart woonde en werkte zelf jarenlang in Afrika en bezoekt als Coördinator Klimaatverandering geregeld de kwetsbaarste gebieden. Klimaatmigratie is daardoor geen abstract begrip voor hem. Net als de CARE-medewerkers in het veld weet hij dat achter de droge getallen menselijke tragedies schuilgaan. “Onlangs bezocht ik een Vietnamese gemeenschap in de Mekong Delta die voor de tweede keer binnen tien jaar was getroffen door een cycloon,” vertelt hij. “De mensen maakten me duidelijk hoezeer die cyclonen hen hadden verrast. Ze kwamen buiten het normale stormseizoen, volgden een ongebruikelijke koers en waren veel krachtiger dan de normale tropische stormen. Eén cycloon had een overstroming veroorzaakt en zeewater over hun akkers en velden gespoeld. Normaal gesproken verbouwden deze mensen voldoende maïs en rijst om op de lokale markten handel te kunnen drijven en geld te verdienen, maar nu bracht het door zout verpeste land nauwelijks genoeg voedsel op om de varkens te kunnen voeren. Ik verbaasde me erover dat er uitsluitend vrouwen in het kamp waren. Toen vertelden ze me dat ze door de cycloon niet alleen hun inkomen waren verloren, maar ook hun mannen. Die waren noodgedwongen naar de stad getrokken in de hoop een baantje te vinden en ze lieten de vrouwen apathisch en gedeprimeerd achter. Het zal nog jaren duren voor de normale regenval het overvloedige zout uit de bodem heeft gespoeld. Veel mannen zullen nooit terugkeren. Klimaatmigratie ontwricht levens. Nu al.”
CARE stelt alles in het werk om het probleem van de klimaatmigratie zo hoog mogelijk op de agenda te krijgen tijdens de Klimaattop in Kopenhagen, komende december. Volgens CARE kan alleen een drastische beperking van de CO2-uitstoot de globale temperatuurstijging nog afremmen en de gevolgen beperken. “We willen een overeenkomst die tegemoetkomt aan de noden van de meest kwetsbare bevolkingsgroepen, vooral die van de potentiële klimaatvluchtelingen,” zegt Ehrhart. “Het moet een overeenkomst zijn die is gebaseerd op de duistere stand van zaken die de wetenschap schetst, niet op de kortetermijnbelangen van enkele machtige regeringen.” Ehrhart is in goed gezelschap. Kofi Annan zei in de wandelgangen van een congres: “De wereld bevindt zich op een kruispunt. We kunnen de menselijke invloed op de snelle klimaatverandering niet langer ontkennen. De onderhandelaars in Kopenhagen kunnen kiezen. Of ze brengen de neuzen in dezelfde richting en sluiten het meest ambitieuze akkoord ooit, of ze accepteren massale hongersnood, ziekte en een desastreuze klimaatmigratie.”