Home
Zoeken:
Sitemap Print

Dit nooit meer



RAMPPREVENTIE A LA CAR(T)E

De Filippijnen liggen in de Tropen, bovenop een breuklijn in de aardkorst. Dat betekent dat taifoens, overvloedige regenval, vulkaanuitbarstingen, aardbevingen, landverschuivingen en tsunami’s het eilandenrijk regelmatig teisteren. De bevolking wordt er keer op keer door overvallen. CARE leert mensen om beter voorbereid te zijn op een ramp.

 ‘Caught between a rock and a hard place’, zouden ze in Engeland zeggen. In Nederland hebben we geen passende uitdrukking om de situatie van de Filippijnse bevolking op het zuidelijkste deel van het eiland Leyte te omschrijven. Aan de kust wordt zij bedreigd door tsunami’s en andere vloedgolven en landinwaarts is er vrijwel continu gevaar door landverschuivingen. Daartussen stroomt een rivier, die zich ook niet onbetuigd laat. Met regelmaat kolkt het wassende water over de oevers; rijstvelden, kokospalmen en levende have verslindend. En dan zijn er nog de gebruikelijke aardbevingen, plotselinge scheuren in het aardoppervlak en andere geologische ongemakken als gevolg van de ligging boven een breuklijn.

Op 17 februari 2006 ging het dan ook een keer goed mis. Na twee maanden van onophoudelijke regenval en voorafgegaan door een lichte aardbeving, kwam er een halve berg naar beneden. Het dorp Guinsaugon, eens een gemeenschap met zo’n 2500 inwoners, werd volledig weggevaagd en bedolven onder een soms tientallen meters dikke laag modder en stenen. Er was een feestje gaande, die dag. Het ‘Women’s Health and Save Motherhood Project’ hield open huis in Guinsaugon, waardoor zich op het
moment van de ramp vooral veel vrouwen en kinderen in het dorp bevonden. Omdat in een land als de Filippijnen niet alles en iedereen geregistreerd staat, lopen de schattingen van het aantal doden nog steeds uiteen, variërend van een kleine elfhonderd tot ongeveer vijftienhonderd, waaronder 286 kinderen van de basisschool en het kinderdagverblijf. Onder de criticasters van ontwikkelingshulp tref je nog al eens mensen die zich wat laatdunkend uitlaten over risicopreventie bij rampen, in het internationale wereldje van hulpverleners ‘Disaster Risk Reduction’ genoemd. “Als het gaat regenen en er dreigt een overstroming, dan stuur je de mensen gewoon een berg op. Plastic zeiltje mee, blijven ze lekker droog...” Achterliggende gedachte van dit soort opmerkingen is dat het allemaal niet veel voorstelt en dus ook niet veel hoeft te kosten.

Daarom gingen we maar eens kijken in St. Bernard, de gemeente waartoe Guinsaugon behoorde. Als antwoord op de ramp en al die andere dreigingen ging daar in 2007 een ambitieus programma van start, waarin CARE samenwerkt met de Filippijnse organisatie Coordinating Network Disaster Response (CNDR). Het programma heet ACCORD, dat staat voor ‘Strengthening Assets and Capacities of Communities and Local Governments for Resilience to Disasters’, dus: het versterken van middelen en vaardigheden van gemeenschappen en lokale overheden om ze weerbaar te maken tegen rampen. Freddy Letigio is arts en hoofd van het plaatselijke medisch centrum. Hij is de eerste die we spreken over de ramp. Zijn vrouw Athena was verpleegster en op 17 februari aanwezig op de ‘Vrouwendag’ van Guinsaugon. “Ik was buiten St. Bernard die ochtend, toen ik om kwart voor elf een telefoontje kreeg. Er werd een landverschuiving in Guinsaugon gemeld. Niet direct verontrustend, want dat gebeurt wel vaker. Ik zei nog: breng mensen die medische hulp nodig hebben vast naar het ziekenhuis, ik kom er zo aan... Maar toen ik terugkwam in St. Bernard was er bij het gemeentehuis en het daarnaast gelegen medisch centrum een enorme menigte op de been. Iemand zei me dat heel Guinsaugon was weggevaagd. Ik ben meteen naar binnen gerend om te kijken of mijn vrouw al terug was. Snel heb ik een koffertje met medicijnen gepakt om eerste hulp te kunnen verlenen, maar eigenlijk was ik toen al helemaal gefocust op mijn vrouw, op waar ze zou zijn...”

Eenmaal op de plek die tegenwoordig als ‘Ground Zero’ wordt aangeduid, begreep Freddy de ware omvang van de ramp en drong het tevens tot hem door dat zijn vrouw dit niet kon hebben overleefd. “Ik zag de enorme rotsblokken en de modder die het hele gebied tussen de berg en de rivier bedekten, hier en daar een dak of een losliggende deur en verder helemaal niets.” Door de hoeveelheid modder en stenen lukte het Freddy pas de volgende dag dichter bij de plek te komen waar een dag eerder nog het dorp lag. De eerste lijken werden al geborgen, maar mijn vrouw was er niet bij. Op dat moment was ik daar niet meer als arts, maar alleen nog als echtgenoot, wanhopig op zoek naar het lichaam van mijn vrouw…”Uiteindelijk verbleef Freddy ruim twee dagen in de omgeving van Guinsaugon. Zijn vrouw is nooit gevonden, maar hij was wel getuige van de eerste hulpverlening. Het waren vooral de bewoners van de naburige dorpen ie als eersten ter plekke waren. Ook voor hen was er geen voorkomen aan. Pas later kwamen er shovels en andere zware voertuigen. Diezelfde middag nog kwamen er Amerikaanse mariniers, die met hun schip voor de kust lagen. Het Filippijnse leger kwam de volgende ochtend en daarna vele hulpverleners uit allerlei landen: Maleisië, Korea, een team met honden uit Spanje...”

Terugkijkend zegt hij: “Er was een enorm gebrek aan coördinatie. Ieder team dat binnenkwam, regelde zijn eigen zaken. Het was schrijnend om te zien dat niemand in staat bleek de leiding naar zich toe te trekken. Zelfs de voedselvoorzienig en de slaapplaatsen voor de hulpverleners werden niet centraal geregeld.” De huidige burgemeester van St. Bernard, Rico Rentuza, wijt dat vooral aan falende overheden. “Ook ik was niet in St. Bernard toen de ramp plaatsvond, maar ik volgde het nieuws nauwlettend. Onder de slachtoffers bevond zich mijn tante Athena, de vrouw van Freddy, waardoor het voor mij ook een heel persoonlijke tragedie was. Uit de nieuwsberichten kwam naar voren hoe chaotisch de hulpverlening verliep. De toenmalige burgemeester faalde volkomen en werd feitelijk overruled door de gouverneur. Vervolgens zag je allerlei politici opduiken in de media, die vooral zichzelf wilden verkopen. Er werd geclaimd dat er voedselhulp werd gegeven, maar ik hoorde steeds meer klachten van mensen die absoluut niet wisten waar die hulp bleef. Je moet weten: er zijn rond Guinsaugon duizenden mensen geëvacueerd en allemaal hier ondergebracht in een schoolgebouw. Die hadden van alles nodig...” Toen Rico Rentuza las over de vele donaties die bij de regering binnenkwamen –schenkingen uit onder andere Japan en Amerika – en er vervolgens achter kwam dat een groot deel nooit de plaats van bestemming bereikt had, was voor hem de maat vol. “We hebben in St. Bernard een soort waakhondgroep opgericht, de ‘Athena Mission’. Genoemd naar mijn tante. Maar Athena staat ook voor ‘Advocacy’, ‘Transparency’ en ‘Honesty’. Ons doel was transparantie af te dwingen bij de verschillende overheden en instanties die zich met de hulpverlening bemoeien. En van daaruit zijn we ook de volgende burgemeestersverkiezingen ingegaan. In mei 2007 ben ik gekozen. Mijn voornaamste speerpunt was het voorkomen van nog zo’n tragedie. En er voor te zorgen dat er een degelijk plan van aanpak zou komen om in geval van nood de hulpverlening strak ter hand te kunnen nemen.

In diezelfde periode ging ACCORD van start. Dat programma kwam echt als geroepen.” Wat burgemeester Rentuza vooral aansprak in de aanpak van CARE, waren de principes van ‘Community Based Disaster Risk Management’ en ‘Rights Based Approach’. Wat dat inhoudt, vertellen Jo Ann Capoquian en Ansherina Talavera, die beiden als projectmanager voor ACCORD werken. Jo Ann: “Er zijn hier zoveel gevaren, in de vorm van aardbevingen, taifoens, tsunami’s en noem maar op, dat de mensen zijn gaan denken dat het bij hun leven hoort. Velen zijn hier apathisch en zien tegenspoed als een straf van God. De overheid brengt ze ook niet op andere gedachten. Van oudsher is er alleen sprake van noodhulp en wederopbouw. Er was tot voor kort zelfs geen budget voor preventie. Dus ieder jaar opnieuw vonden er kleine rampen en bijna-rampen plaats waarbij slachtoffers vielen, zowel onder de bevolking als onder het vee. Ook dat laatste is erg, want veel mensen zijn economisch afhankelijk van hun dieren. Natuurlijk kunnen we taifoens en tsunami’s niet tegenhouden. Wel kunnen we de risico’s dat er doden vallen, beperken, maar daarvoor is eerst een mentaliteitsomslag nodig. Zowel aan de kant van de bevolking als aan de kant van de overheid. Het moet tot alle betrokkenen doordringen dat we ons wel degelijk kunnen voorbereiden op natuurrampen, waarbij we het initiatief vooral bij de bewoners zelf leggen. ‘Community Based’ wil zeggen dat ze hun lot in eigen hand nemen. En ‘Rights Based’ staat voor het principe dat de bevolking recht heeft op hulp.”

Ansherina vult aan: “Als er een ramp plaatsvindt, proberen ministers en politici zichzelf voor te doen als degenen die het zo goed voor hebben met de slachtoffers. Maar ramppreventie en noodhulp zijn een recht en geen gunst. Het is geen kwestie van liefdadigheid.” CARE, het CNDR en de ambtenaren van St. Bernard zijn in 2007 van start gegaan met het opstellen van een zogenoemd ‘Contingency Plan’; een plan dat voorziet in alle mogelijke eventualiteiten en hoe daarop moet worden ingespeeld. Feitelijk vormt dit plan de blauwdruk voor alles wat binnen de gemeente St. Bernard met ramppreventie en hulpverlening te maken heeft. Daarbij passeren alle mogelijke en soms ook onmogelijk geachte scenario’s de revue. In de basis lijkt het allemaal eenvoudig: een Early Warning-systeem dat vooral bestaat uit niet-elektronische regenmeters – de stroom kan immers uitvallen – en in ieder dorp één of meer handmatig te bedienen gongs om alarm te slaan. Jo Ann: “Als je alleen kijkt naar de hardware, dan stelt het inderdaad niet veel voor. Maar het is wel degelijk efficiënt, net als de versterkingen van rotsblokken die de dorpelingen in sommige bochten van de rivier hebben gelegd. Maar veel belangrijker is de bewustwording. De manier waarop alle dorpen georganiseerd zijn, met verschillende commissies, zoals een medische commissie, een transportcommissie, een voedselcommissie, noem maar op... In de dorpen heeft bijna iedereen wel een functie in het nemen van preventieve maatregelen. Daardoor is de betrokkenheid groot en de motivatie enorm. Het zijn allemaal vrijwilligers die door ons getraind worden in de fijne kneepjes van ramppreventie, van het checken van het Early Warning-systeem tot en met volledige evacuatie van de dorpen, inclusief alle logistieke en communicatieve aspecten die daarbij komen kijken. Daarnaast is er aandacht voor ontbossing en alternatieve landbouwmethoden, want de landverschuivingen worden ten dele veroorzaakt door de enorme houtkap die al in de tijd van de Spanjaarden is begonnen.”

Of het allemaal werkt, gaan we ervaren aan de hand van een serieuze evacuatieoefening. Vanuit het hele land zijn medewerkers van andere hulporganisaties, zoals Oxfam en GTZ (Deutsche Gesellschaft für Technische Zusammenarbeit), ingevlogen om te zien hoe ramppreventie à la CAR(T)E in de praktijk verloopt. De bedoeling is om via copy en paste dergelijke programma’s ook elders op de Filippijnen te implementeren. Plaats van handeling: het oude dorp Ayahag, dat op een steenworp afstand van Ground Zero ligt. Dit hele gebied is benoemd tot Permanent Danger Zone en feitelijk een no go area. Alle dorpen op deze gevaarlijke berghellingen zijn op andere locaties in de gemeente St. Bernard herbouwd, maar het probleem is dat de bewoners voor hun inkomen afhankelijk zijn van de landerijen die rond de oude dorpen liggen. Dus zijn ze toch vaak daar waar ze niet mogen zijn en is het noodzakelijk om van tijd tot tijd de volledige evacuatie te oefenen. Inclusief eventualiteiten. Rond half elf checkt een vrouw van de veiligheidscommissie de regenmeter van Ayahag. Zoals verwacht, is de hoeveelheid kritiek. De gong wordt geslagen en binnen vijf minuten verschijnen de eerste gezinnen bij de opstappunten. Nog geen half uur later rijden de eerste vrachtwagens volgeladen met evacués het dorp uit, op weg naar de centrale opvang bij het gemeentehuis van St. Bernard. Een vrachtwagen stopt bij een brug. Ansherina: “Deze brug is zogenaamd ingestort, als gevolg van een stormvloed in de rivier. De inzittenden moeten nu zelf bedenken hoe ze aan de overkant komen...” Het dunne touwtje waarlangs ze even later door de rivier waden, lijkt nauwelijks soelaas te bieden als het er echt op aankomt. Een observator van Oxfam stelt nuchter: “Hier zouden doden vallen!” Zeker, maar daarvoor is het ook een oefening. Die een serieuze wending krijgt als een beoogd slachtoffer, dat een hartinfarct moest faken, door de hitte bevangen raakt en daadwerkelijk tegen de vlakte gaat. Even is er verwarring: is dit echt of is dit spel? Nog geen vijf minuten later is de ziekenwagen ter plekke. Kijk, dat ging dan weer wel goed...