Home
Zoeken:
Sitemap Print

De schaamte voorbij



DE SCHAAMTE VOORBIJ

’s Werelds dodelijkste conflict sinds de Tweede Wereldoorlog speelt zich af in de Democratische Republiek Congo. Maar in de schaduw van de miljoenen slachtoffers, speelt zich nog een andere tragedie af: honderdduizenden vrouwen en kinderen worden het slachtoffer van verkrachting, mishandeling en verminking. CARE probeert daar op twee manieren wat aan te veranderen. In Congo wordt al bijna vijftien jaar gemoord, gevochten en geplunderd.

Het conflict zit enorm ingewikkeld in elkaar en er is een heel scala van oorzaken aan te wijzen. De volkerenmoord die in 1994 plaatsvond in Rwanda is er één van: deze genocide kostte honderdduizenden Hutu’s en Tutsi’s het leven. Veel overlevenden sloegen op de vlucht naar Congo, voortgedreven door het geweld en ernstig verzwakt door ziektes, watergebrek en honger. De niet-aflatende vluchtelingenstroom verhoogde ook de etnische onrust in Congo en was mede aanleiding voor de burgeroorlog die daarna uitbrak. Dat kwam mede omdat zich onder de vluchtelingen vele daders van de Rwandese genocide bevonden, die vanuit Congo aanvallen op Rwanda ondernamen. Uiteindelijk raakten de legers van maar liefst negen verschillende landen, plus de verschillende rebellengroepen, met elkaar slaags. Iedereen leek wel een belang te hebben bij de oorlog in Congo, niet  in de laatste plaats vanwege de lucratieve bodemschatten die de Democratische Republiek rijk is: goud, koper, diamant en vooral coltan, een erts dat gebruikt wordt bij de productie van bijvoorbeeld mobiele telefoons en andere elektronica. Hoewel het einde van de burgeroorlog in 2002 officieel werd afgekondigd, wordt er met name in de provincies Noord- en Zuid-Kivu nog vrijwel dagelijks gevochten. Een aantal partijen lijkt geen profijt te hebben bij vrede. Zij worden rijker van de oorlogssituatie, waarbij ze de bodemschatten kunnen blijven exploiteren. En dus houdt het geweld aan. En daarbij blijkt met name seksueel geweld tegen vrouwen een effectief middel om samenlevingen kapot te maken en angst in te boezemen. Verkrachting diende al als wapen tijdens de burgeroorlog, maar komt na de formele vrede eigenlijk alleen maar vaker voor. Vooral in het oosten van het land, in de provincie Kivu. Hier is het aantal vrouwen dat slachtoffer is van seksueel geweld de afgelopen vijf jaar verdrievoudigd: ongeveer één op de drie vrouwen wordt verkracht.

Zo ook Wasso, een jonge vrouw van 26 jaar oud. “Mijn man en ik verwachtten een kindje toen de oorlog begon. Ons nog niet bewust van het dreigende geweld, waren we op een dag samen met mijn ouders in het bos, vlak bij ons dorp. Plotseling werden we aangevallen door milities. Mijn vader, moeder en man werden meegenomen naar de rivier. Daar werden ze mishandeld en vermoord. Vervolgens kwamen de mannen – het waren er tien – terug naar mij. Ze verkrachtten me één voor één. Daarna namen ze me mee. Ik was doodsbang maar moest bij ze blijven. Dagenlang bleven ze me verkrachten en mishandelen: ze staken me met stokken en sneden me met messen. Net zo lang totdat mijn baby vroegtijdig werd geboren. Een meisje. Ze heeft niet langer dan een week geleefd.”

Familieleden moeten toekijken
De verkrachters lijken elkaar in onmenselijkheid te willen overtroeven. Ze steken bijvoorbeeld met stokken in geslachtsdelen of snijden borsten af, die de vrouw vervolgens zelf in de hand moet houden. Familieleden moeten toekijken, jongens moeten hun moeder of zus verkrachten. Wat begon als pure intimidatie van hele dorpsgemeenschappen, is inmiddels uitgegroeid tot vaak door drank en drugs aangewakkerde wreedheden. De daders lijken daarbij iedere morele begrenzing te hebben doorbroken, alle respect voor hun medemens en zichzelf te hebben verloren en volstrekt immuun te zijn voor het leed dat ze met hun gruweldaden aanrichten.

De slachtoffers blijven achter in pijn en diepe wanhoop. Naast de vaak afschuwelijke verwondingen hebben ze psychische problemen en zijn ze vooral bang. Bang voor de reacties en de eenzaamheid die onherroepelijk zullen volgen. Want een vrouw die verkracht is, wordt als een schande voor de familie beschouwd en de kans is groot dat ze verstoten zal worden. Het overkwam de dochter van Marie-Claire (36). “De verkrachters omsingelden ons huis. Ze grepen direct naar mijn kinderen en dreigden mijn man te vermoorden als we ons zouden verzetten. Ze scheurden de kleren van mijn mans lijf en mishandelden hem. Ik werd door vier van hen verkracht, terwijl de overige mannen met messen op mijn schoonzoon instaken. Hij overleed ter plekke. Vervolgens verkrachtten ze me weer, dit keer met stokken. Mijn man werd woest, dreigde hen te vermoorden, maar hij was hulpeloos. Om hem te straffen voor zijn verzet, verkrachtten ze één voor één onze kinderen; op de grond naast het dode lichaam van mijn schoonzoon. Mijn middelste dochter namen ze mee. Zij moest twee jaar bij hen in het bos leven. Dat was verschrikkelijk en toen ze eindelijk terugkwam, viel ze in een diep gat: haar verloofde wilde niets meer van haar weten. Hij wilde niet leven met een vrouw die gemeenschap had gehad met meerdere mannen...”

De meeste vrouwen zwijgen
De opvatting dat een verkrachte vrouw gezondigd heeft en zich moet schamen voor wat ze heeft ‘gedaan’, wordt in Congo breed gedeeld. Daarom zwijgen de meeste vrouwen over wat ze is overkomen, voor zover hun verwondingen niet tóch het verhaal vertellen. Het taboe is zo sterk, dat ook de daders niet of nauwelijks op hun misdaden worden aangesproken. Ze kunnen probleemloos doorgaan. Dit is zwaar voor de slachtoffers, die vaak in dezelfde omgeving moeten leven als hun verkrachter. Toch is de identiteit van veel verkrachters algemeen bekend. De mannen zijn voornamelijk Rwandese rebellen, soldaten van het Congolese leger en de laatste tijd ook rebellen van de nog steeds actieve milities van de begin dit jaar gearresteerde generaal Nkunda. Er wordt ook wel geprobeerd daders te straffen. Er is zelfs een speciale nationale en internationale wetgeving voor deze misdadigers ingesteld. Maar zolang de slachtoffers geen aangifte doen, kunnen de daders maar moeilijk worden aangepakt. Mocht een vrouw al de moed hebben om naar de politie te willen stappen, dan heeft ze daarvoor eerst toestemming van haar man nodig. Dat is in Congo wettelijk zo bepaald. Als die man liever niet met de verkrachting van zijn vrouw te koop loopt, volgt er alsnog geen aangifte. En het moet gezegd worden: zo’n aangifte is óók niet zonder gevaar. Veel daders zijn immers soldaten uit het nationale leger en kunnen wraak nemen op hun ‘verklikkers’. Waardoor de straffeloosheid zich vooralsnog in een vicieuze cirkel bevindt.

 Wat doet CARE?
CARE vindt dat hulp aan een land in zo’n complexe situatie vanuit twee richtingen moet komen. Dus worden aan de ene kant de mouwen opgestroopt om slachtoffers de best mogelijke zorg te bieden en gaat CARE aan de andere kant voorop in de lobby bij westerse overheden om invloed uit te oefenen op de voor het geweld verantwoordelijke partijen en op de VN-vredesmacht in Congo (MONUC). Die zou naar de mening van CARE vrouwen veel beter zou moeten beschermen tegen het geweld. Een harde eis daarbij moet zijn dat de Congolese regering de daders oppakt en bestraft. CARE staat in Congo met ‘de benen in de modder’ en is daardoor een geschikte belangenbehartiger. Inzet is onder meer het naar buiten brengen van de harde feiten. Zo werd dit jaar het onderzoeksrapport Rape as a Weapon gepresenteerd, waarmee een waardevolle bijdrage werd geleverd aan een VN-resolutie tegen seksueel geweld. In Congo zelf wordt gewerkt aan het bespreekbaar maken van het probleem, een eerste stap om het taboe te doorbreken. Ook wordt gelobbyd om vrouwen beter te betrekken bij het vredesproces, zodat ze het doorbreken van het taboe en het tegengaan van de verkrachtingen onderdeel kunnen maken van de afspraken die daarbinnen worden gemaakt.

Aan alles gebrek
Maar voorop staat de zorg voor de slachtoffers, zowel psychisch als fysiek. In Congo zijn te weinig ziekenhuizen of klinieken waar vrouwen behandeld kunnen worden aan verwondingen door seksueel geweld. Vaak is er gebrek aan uitrusting om de ernstige wonden te behandelen en hiv/ aids op te sporen. De ziekenhuizen die deze hulp wel kunnen bieden, zijn lang niet voor iedereen bereikbaar. Door bijvoorbeeld gebrek aan geld voor een buskaartje of door slechte verbindingswegen, moeten de vrouwen soms dagen lopen om bij een ziekenhuis te komen. Als je gewond, ziek of verzwakt bent, is dit meestal onmogelijk. Deze omstandigheden trof CARE ook aan in Birambizo, een regio in Noord-Kivu. Door dagelijkse plunderingen en (seksueel) geweld zijn niet alleen complete families, maar ook artsen en verpleegkundigen op de vlucht geslagen. Gezondheidscentra zijn leeggeroofd, waardoor een enorm tekort aan medische voorzieningen is ontstaan. Mireia Cano Vinas werkt voor CARE in Congo. Zij zegt: “De situatie is hier misschien wel erger dan in de rest van het land. Maar er is gelukkig ook hulp, zowel door internationale als door lokale hulporganisaties. Zo hebben we samen met partnerorganisatie MERLIN een programma opgezet waar- bij dertig lokale gezondheidscentra worden opgeknapt en bevoorraad met medicijnen en apparatuur. Ook wordt gewerkt aan de verbetering van het beheer van de gezondheidscentra, trainen we het nog aanwezige medisch personeel in het omgaan met slachtoffers van seksueel geweld en leiden we nieuwe verpleegkundigen op.”

Werken aan bewustwording
Maar door de medische voorzieningen te verbeteren maak je ze nog niet voor iedereen toegankelijk. Daarom werkt CARE ook aan bewustwording bij slachtoffers en hun familieleden. Samen met lokale gezondheidscomités worden bijeenkomsten gegeven waarin vrouwen worden voorgelicht over waarom het belangrijk is medische hulp te zoeken wanneer ze slachtoffer worden van seksueel geweld, en dat ze het volste recht hebben om aangifte te doen. Maar voor de meeste vrouwen is het al een geweldige steun in de rug om af en toe heel open met lotgenoten te kunnen praten. Ook Marie-Claire deed mee aan een CARE workshop. “Het was een grote opluchting om met elkaar te kunnen praten. en ik kan mijn gevoelens nu beter uiten, ook naar mijn man toe. Het is belangrijk dat mannen beseffen dat het geen schande is om met een verkrachte vrouw samen te leven. We hebben nog een lange weg te gaan, maar het gaat de goede kant op. Het leven lacht me zo nu en dan weer een beetje toe. Stukje bij beetje begin ik te verwerken wat ik heb meegemaakt. De trainingen en discussiebijeenkomsten geven me daar de kracht voor.”-