Kalifa (17) droomt soms van een stukje zeep, maar dat kan ze niet kopen. Het beetje geld dat ze na de bevalling van de kliniek had gekregen waar ze was opgevangen, heeft haar moeder uitgegeven.
Kalifa was de bossen in gevlucht toen de soldaten kwamen, maar het had niet geholpen. Ze hadden haar toch gevonden en verkracht. Ze hadden haar armen en benen vastgehouden. De mannen stonken en hadden vieze kleren. Het duurde lang voor ze iets aan haar moeder durfde te vertellen en toen was het al te laat; ze was zwanger. Ze heeft nu een kind en voelt zich vaak ziek en moe, waardoor ze niet kan werken. Soms krijgt ze iets toegeschoven van de mensen uit haar dorp. Die weten wat er is gebeurd, maar halen hun schouders op: Kalifa is niet de enige in het dorp die ziek is en het kind van haar verkrachter grootbrengt.