|
Waarom zijn er na zestig jaar ontwikkelingshulp nog steeds zoveel arme mensen op de wereld? Is al het geld over de balk gegooid en/of in de zakken van corrupte politieke leiders verdwenen? Generation Next voelt drie deskundigen aan de tand.
AFRIKA MOET ZICHZELF HELPEN
Zestig jaar ontwikkelingshulp heeft Afrika niet gebracht wat er van verwacht mocht worden. Sterker nog: het continent is er alleen maar hulpbehoevender op geworden. Dat is althans de mening van de econome Dambisa Moyo. Maar niet alle hulp wijst ze af: “Ik heb geen moeite met een organisatie als CARE.”
Het bliksembezoek dat Dambisa Moyo in de tweede week van oktober 2009 aan Nederland aflegde, zal weinig mensen zijn ontgaan. Er verschenen interviews in kranten en weekbladen, ze was gast in menig actualiteitenprogramma en de zalen waar ze sprak puilden uit. En zo gaat het niet alleen in Nederland. Sinds begin dit jaar haar boek Dead Aid verscheen, reist ze de wereld over om haar boodschap uit de dragen. Die luidt, kort samengevat, dat ontwikkelingshulp leidt tot corruptie en inertie (daadloosheid) en dus beter op termijn afgeschaft kan worden. Waarbij dient te worden aangetekend dat ze haar pijlen vooral richt op de bilatere hulp – directe steun van het ene aan het andere land – en de multilaterale hulp – hulp via instituten als het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank. Noodhulp en de hulp van NGO’s (niet aan overheden gebonden organisaties-red.) zoals CARE, laat Moyo, die zelf in drie besturen van NGO’s zitting heeft, goeddeels buiten beschouwing. “Ik ben niet tegen hulp. Afrika kan niet zonder,” zegt Moyo in de lobby van Hotel L’Europe in Amsterdam. “Alleen de manier waaróp hulp wordt gegeven, staat me tegen.” Ze was even eerder geland op Schiphol na een lange trip uit Australië. Diezelfde avond nog gaf ze een lezing in het debatcentrum Felix Meritis, dat voor die gelegenheid een extra zaal had opengesteld waar het publiek via een groot scherm haar lezing kon volgen. Ze is klein. Haar lange, donkere haren hangen los over de fragiele schouders. Moyo is geboren in Zambia, waar haar vader werkte aan de universiteit en haar moeder carrière maakte bij een van ’s lands belangrijkste banken. Dochter Dambisa studeerde Chemie in Zambia. Vertrok daarna naar de Verenigde Staten om aan Harvard University een master te halen aan de Kennedy School of Government en, daarna, een doctoraat in de economie aan Oxford. De wereld lag voor haar open. In twee jaar voor de Wereldbank te hebben gewerkt, stapte ze in 2001 over naar de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs. Een indrukwekkende carrière, die ze vorig jaar echter opgaf voor wat ze noemt ‘mijn persoonlijke zoektocht naar een duurzame oplossing voor de misère van Afrika’.
Vanwaar die zoektocht?
“Het is frustrerend om op te groeien in een land dat door de hele wereld wordt gezien als arm, corrupt en gewelddadig. Mijn werkende leven lang worstel ik met de vraag waarom mijn continent heeft gefaald, terwijl het regio’s als China en India is gelukt om de weg naar economisch ontwikkeling in te slaan. Verschillende factoren zijn daarop van invloed. Zoals Afrika’s koloniale verleden, de heterogene samenstelling van de bevolking en het ontbreken van een transparant en geloofwaardig politiek- en rechtssysteem. Maar hoezeer die ook van invloed zijn, het is geen afdoende verklaring voor het falen van Afrika. Die moet je toch echt zoeken in de desastreuze gevolgen van zestig jaar hulpverlening. De hulp heeft onze leiders lui en zorgeloos gemaakt en werkt als een rem op de economische ontwikkeling. Het is de hoogste tijd voor een nieuwe route naar een beter Afrika. “
Uw boek was in no time in verschillende landen een bestseller. Regeringen in Afrika, Azië en Eu ropa vragen uw advies en door het weekblad Time werd u uitgeroepen tot een van de honderd meest invloedrijke mensen op aarde. Heeft het succes u verrast?
“Toen ik mijn ouders vertelde dat ik bezig was met een boek over het falen van ontwikkelingshulp, keken ze me vragend aan. ‘Moet dat nou? Dat is toch al lang bekend!’. Ik ben inderdaad niet de eerste die dit probleem aan de kaak stelt. Denk maar aan William Easterly en – lang geleden alweer – aan Peter Bauer, aan wie ik mijn boek heb opgedragen. Misschien komt al die aandacht omdat ik een jonge Afrikaanse vrouw ben, in plaats van een witte man van middelbare leeftijd. Ze kunnen me in ieder geval niet het verwijt maken dat ik een racist ben. Wat ook zal meespelen, is dat we leven in een tijd waarin alles ter discussie staat: het marktdenken, de financiële sector, immigratie en dus ook ontwikkelingshulp.”
Naast lof was er ook kritiek op uw boek. Felle kritiek zelfs, waarbij persoonlijke aantijgingen niet werden geschuwd. Bent u daarvan geschrokken?
“Mensen worden heel emotioneel als het over ontwikkelingshulp gaat, dus in die zin verbaast het me niet dat de discussies hoog oplopen. Maar leuk is het natuurlijk niet om voor moordenaar uitgemaakt te worden omdat ik voorstander zou zijn van het per ommegaande dichtdraaien van de hulpkraan. Alsof ik moedwillig het leven van duizenden kinderen op het spel wil zetten. Ik heb dat dan ook nergens zo gezegd of geschreven. Wat ik beweer, is dat zestig jaar ontwikkelingshulp Afrika weinig tot niets heeft gebracht. Het reële inkomen per hoofd van de bevolking is lager dan in de jaren zeventig en – om een ander voorbeeld te noemen – de landen die het meest van hulp afhankelijk zijn, hebben de afgelopen dertig jaar groeicijfers laten zien van minus 0,2 procent per jaar. Hoe valt te verklaren dat China in relatief korte tijd en zonder ontwikkelingshulp erin is geslaagd 300 miljoen mensen uit de armoede te halen, terwijl zeventig procent van de Afrikanen ondanks miljardensteun moet rondkomen van minder dan 1 dollar per dag? Zelfs mensen die vinden dat ontwikkelingshulp het beste is wat de wereld ooit is overkomen, zullen door deze cijfers moeten erkennen dat er iets niet goed is gegaan.”
Misschien dat ontwikkelingshulp niet het beste is wat Afrika is overkomen, maar is het niet overdreven om het als het slechtste te typeren?
“In mijn land, Zambia, wordt de gezondheidszorg gefinancierd door de VS, de Verenigde Naties bewaken de veiligheid en de scholen worden gerund door NGO’s. Dat is een absurde situatie. Het zijn taken die door de Zambiaanse overheid zelf uitgevoerd zouden moeten worden. Maar omdat de hulpgelden toch wel binnen blijven stromen, ontbreekt voor Afrikaanse leiders de noodzaak om zelf het heft in handen te nemen. Ze geven niets aan de bevolking omdat de donorlanden alles geven. Maar er is meer: hulp houdt corruptie in stand, zorgt voor een verstikkende bureaucratie en bevordert het geweld.”
Geldt dat voor alle hulp?
“Nee, in mijn boek maak ik een uitzondering voor noodhulp en voor NGO’s. Zelf zit ik sinds enkele jaren in het bestuur van Room to Read, Lundin for Africa en Absolute Return for Kids en mijn moeder is bestuurslid van Artsen zonder Grenzen in Zambia. Ik heb dus op zich geen moeite met de aanwezigheid van NGO’s in Afrika, al zijn het er wel wat veel. Ik wil ook zeker niet van ze af. Het slaan van waterputten, het bouwen van scholen of het organiseren van aidscampagnes is uiterst nuttig. Maar ook de NGO’s brengen niet de fundamentele verandering die Afrika nodig heeft. Wat we nodig hebben, zijn banen. Heel veel banen. Zestig procent van de Afrikaanse bevolking is jonger dan 24 jaar. Er staat ons een ramp te wachten als straks al die jongeren werkeloos op straat rondzwerven. Elke keer als ik in Zambia ben, zie ik meer straatkinderen. Ze zijn naar school geweest, kunnen schrijven en spreken zelfs Engels, maar toch lopen ze doelloos rond op straat. Het is fantastisch dat NGO’s kinderen in staat stellen om een opleiding te volgen, maar wat hebben ze aan een opleiding als er later geen baan voor ze is? NGO’s creëren geen banen, ze verlichten het leven van mensen. Werk moet komen van het bedrijfsleven en dat investeert alleen in landen die een transparant financieel systeem hebben, politiek stabiel zijn en een goed functionerend rechtssysteem hebben. Dat is wat Afrika nodig heeft.”
Wat hebt u eigenlijk tegen Bono?
“Niks, ik hoor zijn muziek graag. Maar wat doet hij in Afrika? Waarom was hij bij Bush en bij andere wereldleiders op bezoek? Ik wil dat Afrikaanse leiders zélf verantwoording afleggen over hun beleid en komen vertellen hoe ze Afrika willen verlossen uit de armoede en het geweld. Kun jij je voorstellen dat Mick Jagger de Amerikaanse regering gaat vertellen hoe ze de kredietcrisis moet oplossen? Wij Afrikanen zijn geen hulpeloze, onmondige kinderen die alleenmaar hun handje kunnen ophouden. ‘Laten we die arme mensen maar helpen,’ is de eerste gedachte die opkomt als het over Afrika gaat. Fout, we moeten onszelf helpen, anders worden we nooit volwassen.”
Hoe stelt u zich dat voor?
“Afrika moet de internationale kapitaalmarkt op. Het geld is er, de bereidheid om Afrikaanse landen geld te lenen is er ook. Twee jaar geleden bracht Ghana een obligatielening op de markt ter waarde van 750 miljoen dollar. Gabon volgde met een obligatielening van één miljard dollar. Buitenlandse investeerders staan klaar, het is aan de landen zelf ze te overtuigen. Het begint met het scheppen van een goed economisch en juridisch klimaat. Het grote voordeel van de kapitaalmarkten is dat landen die er een janboel van maken direct worden afgestraft, ze krijgen geen nieuwe leningen meer. Dit in tegenstelling tot donorgeld, dat maar blijft stromen en zo ongewenste regimes in het zadel houdt. Zonder hulpgelden was Mugabe al lang weggeweest. Economische ontwikkeling komt niet van donoren, het moet van de Afrikanen zélf komen. Ze zullen ook wel moeten, want de bereidheid van westerse landen om geld te doneren aan Afrika neemt zienderogen af. Door vergrijzing, oplopende staatsschulden en niet te vergeten de kredietcrisis hebben de donorlanden de handen vol aan hun eigen problemen.”
黀㶰麝㶰㶯⩳㶵㶣䁤㶬頹㶯超㶨瞪㷒埖㶬㗘㶪㪢㷜댃㷔漲㶱㶲㷗㷗᭻㶬���㶸᭻㶬㫱㷜㷗㷗���㷗㷗廖㷂⧃㷅鉬㶬槰㶯㶰㷒䐋㶪㶨ൣ㶤㔡㶬㶨ဂ㶲ኗ㶲畴㶱쏍㶯ꡳ㷔睽㷒ꮥ㷔硤㶱㷒쏍㶯ꁥ㷔Ⅵ㶲᭳㶰ቭ㷁ᬋ㶰㷗㷗㷗뫜㶰餗㶯颔㶯澯㶱씙㷙Ვ㶦鳍㷔귉㷒鯑㶧���㶯⛘㶢鵻㶨���㶦ꭩ㷁蠧㷔Җ㷃郶㶫驒㶺㶥㷂���㷂蒽㷔銍㶭㶰㷔㷔㷔㷔㷔㷔㷔㷔㷔㷔花㶯鉬㶬倡㶿뢙㶭黥㶽尝㷦㚕㶹琘㶻花㶯⯾㶪尶㷦릒㷁���㶨̥㶲欨㷅花㶯ⰱ㶽ん㶪⦇㶪ꭢ㷓❆㶹㷔㷔㷔㑁㷁Დ㶿���㷩㶥花㶯욙㶯㖩㶦㒢㶦톾㶣墔㶦㢷㶣냪㶪迥㷔���㷂逥㶫욙㶯씦㷙㶯苷㷔脉㷔ﰳ㶴욙㶯花㶯䝚㷕덀㶫邐邐讐嗿噓疋圈譖䚹������㝵㍴ދ쾋郿Ɣ> |