Home
Zoeken:
Sitemap Print

Bloed aan onze mobieltjes



ZWART GOUD IS INZET VAN AFRIKA'S WERELDOORLOG

Mobiele telefoons brengen ons dichter bij elkaar en redden alleen al in Nederland jaarlijks zo’n honderd levens. Maar indirect voeden ze ook een van de bloedigste conflicten ooit: de oorlog in Congo. Inzet van die strijd is onder meer coltan, een grondstof voor de fabricage van mobieltjes. Nog geen twintig jaar geleden stonden in Nederland op iedere straathoek telefooncellen. Als je iemand wilde bellen, dook je zo’n dampig hokje in. Je ziet ze nog zelden. Bellen – zeker buitenshuis – doe je immers met je mobieltje.

Ruim 94 procent van alle Nederlanders boven de 15 jaar heeft een mobiele telefoon en daarmee zijn we Europees kampioen. Voor onszelf heeft het mobieltje eigenlijk alleen maar voordelen. Maar om mobieltjes te kunnen máken, is het schaarse metaal tantalium nodig. Het is onmisbaar voor de kleine condensatoren die in mobieltjes zitten. Tantalium wordt gewonnen uit de grondstof colombo-tantaliet, kortweg coltan. En dat coltan vormt mede de inzet van wat wel eens cynisch ‘Afrika’s Wereldoorlog’ wordt genoemd: de bloedige oorlog in Congo.

De Democratische Republiek Congo (DRC) is een waanzinnig rijk land. Of liever gezegd: dat zou het móéten zijn. De bodem zit barstensvol grondstoffen. Naast olie, gas, diamant, tin, goud, zilver, uranium en kobalt herbergt het land driekwart van de wereldvoorraad coltan. “Toen de hightech boom de coltanprijs in 1998 opdreef tot 400 dollar per kilo, namen Congolese rebellen samen met milities uit Rwanda en Uganda bezit van strategische mijnen in oostelijk Congo,” zegt onderzoeker Aloys Tegera van het Pole Institute in de Congolese provincie Noord-Kivu. Tegera schreef het onderzoeksrapport The Coltan Phenomenon. “Dorpen werden uitgemoord en miljoenen mensen sloegen op de vlucht. Krijgsheren uit zeven omringende landen zetten straatarme vluchtelingen voor een hongerloon aan het werk in de coltanmijnen, met als enige doel zelf zo snel mogelijk schatrijk worden.” Dat lukte aardig. Ook de Rwandese legerleiding pikte een graantje mee. In korte tijd werd met de verkoop van geroofd coltan twintig miljoen dollar winst per maand gemaakt. En er waren meer kapers op de kust. Van 1998 tot 2003 vochten meer dan twintig gewapende groepen om het ‘zwarte goud’. Ruim vijf miljoen onschuldige burgers werden vermoord.

Hoewel de grootste vredesmacht die de VN ooit in een regio stationeerde het conflict enigszins onder controle heeft, vallen er nog steeds zo’n 1500 burgerslachtoffers per dag. “Dit is de grootste, meest genegeerde humanitaire crisis sinds de Tweede Wereldoorlog,” zei ondersecretaris-generaal van de Verenigde Naties (VN) Jan Egeland onlangs tegen journalisten. De Amerikaanse senator Richard Durbin diende in mei de Congo Conflict Minerals Act in, een wetsvoorstel om elektronicaproducenten te verplichten bekend te maken waar ze hun coltan vandaan halen. Daarbij zei hij: “Zonder het te weten, geven tientallen miljoenen westerlingen geld aan de ergste schenders van de mensenrechten die je kunt bedenken. Er is voldoende coltan buiten Congo om de wereld van mobiele telefoons en andere elektronica te voorzien, maar dat is duurder.”

Spin in het web van dit gecompliceerde probleem zijn de drie grote coltanverwerkers: de Cabot Corporation in de Verenigde Staten, het Duitse HC Starck en het Chinese staatsbedrijf Ningxia Non-ferrous Metals Smeltery (NNMS). Cabot en Starck doen onder druk van de Verenigde Naties hun best om de import van coltan uit de DRC tot een minimum te beperken, maar de Chinezen lappen het probleem aan hun laars. Gegevens van VN-waakhond Comtrade laten zien dat Ningxia momenteel maar liefst 50 procent van haar tantalium-erts direct uit de DRC betrekt. Daarmee is China verreweg de grootste financier van het voortslepende conflict. Vorig jaar sloot China onder druk van de internationale gemeenschap een contract met president Joseph Kabila om, I ruil voor de winning van coltan, (spoor-) wegen, scholen, universiteiten en ziekenhuizen te bouwen. Maar dat dit vooral een politieke schijnbeweging is, bleek toen dit voorjaar de coltanprijs daalde en China vervolgens eiste dat de DRC het geïnvesteerde ontwikkelingskapitaal terugbetaalt.

Kun je als consument invloed uitoefenen door bepaalde merken mobieltjes en computers te boycotten? Het Pole Institute denkt van niet. “De elektronicaproducenten zeggen hun best te doen geen condensatoren met Congolees coltan te kopen, maar dat is in de praktijk volstrekt onmogelijk,” zegt onderzoeker Tegera in zijn rapport. “Wat de zaak namelijk extra moeilijk maakt, is dat de herkomst van coltan niet objectief is na te gaan. Momenteel is er niemand die een goed overzicht heeft, waardoor krijgsheren annex handelaren ongestoord hun gang kunnen gaan.” De minstens even ontwrichtende handel in zogenoemde ‘blood diamonds’ kon destijds aan banden worden gelegd dankzij het zogenoemde Kimberley Process. Door dit systeem van internationale certificering, waarbij de herkomst van diamanten kan worden vastgesteld, raakten ‘besmette’ diamanten binnen korte tijd uit de gratie. Tegera: “Er wordt naarstig gezocht naar een methode om tantalium en andere grondstoffen te labelen, zodat iedereen kan controleren waar ze precies vandaan komen. Helaas is dat technisch ontzettend lastig.”

‘Stemmen met de portemonnee’, door bepaalde mobieltjes niet te kopen, is dus geen optie. Alleen de internationale politiek kan door strenge regelgeving in te voeren een eind maken aan de coltanhandel vanuit Congo. Niet alleen de menselijke bewoners van de regio wachten met smart op een afdoende maatregel. De Congolese jungle is een van de allerlaatste toevluchtsoorden van de bedreigde berggorilla. De nietsontziende mijnbouw heeft desastreuze gevolgen voor het unieke ecosysteem, waardoor de laatste kolonies dreigen uit te sterven. “Voor de Congolese berggorilla is het in feite al één minuut over twaalf,” zei acteur Leonardo Di Caprio onlangs tijdens een campagne van het Dian Fossey Gorilla Fund, waarvan hij de spreekbuis is.