Hoorn van Afrika Human Interest Stories

We sliepen weer buiten, maar wel veilig

Opgetekend door: Julliet Otieno, CARE Kenya Communications Officer in Dadaab

In het Hagadera kamp, één van de kampen van Dadaab, heeft de 50-jarige Fatumo Osman Abdi net haar intrek genomen. Ze is uitgeput van de twintig dagen durende voettocht door Somalië, die ze samen met haar drie kleinkinderen (13, 5 en 4 jaar oud), haar zoon en zwangere schoondochter achter de rug heeft. Ze woonden in een plaats genaamd Kurdun en leefden van het voedsel dat ze er verbouwden. Door de droogte werden de oogsten steeds magerder en uiteindelijk besloten ze te vertrekken. 

“Iedere dag dat we onderweg waren overnachtten we in het veld, onder de sterren. We waren erg bang, omdat we niet konden zien wat er om ons heen gebeurde en of er mensen kwamen. We hebben veel verhalen gehoord over mensetende leeuwen en konden niet slapen.”

De reis was moeilijk, maar Fatumo is blij dat ze geen overvallers zijn tegengekomen. Onderweg kregen ze te eten van moslims, die het goed met hen voor hadden en daarom besloten te helpen.

“We hadden zo een honger en waren zo moe toen we hier aankwamen. Ook de kleinkinderen en schoondochter. Ik was bang dat de kleintjes ze het niet zouden overleven. Ook hier sliepen we weer buiten, maar wel veilig. Na vele dagen wachten, heb ik nu eindelijk mijn tent.”


Het ergste dat ik ooit heb meegemaakt

Opgetekend door: Julliet Otieno, CARE Kenya Communications Officer in Dadaab

Habibi is zeventig en kwam samen met 71 andere mensen naar Kenia. Het was bijna het hele dorp, allemaal familie en vrienden. Haar zoon had van Dadaab gehoord en ze er jaren geleden al over verteld. Dat ze erheen konden vluchten om aan het geweld van de burgeroorlog te ontkomen. Habibi’s man had geweigerd en wilde in Somalië blijven.

In Somalië verbouwden ze sorghum en hielden koeien, geiten en schapen, maar moesten vluchten vanwege de droogte. Samen met haar vrienden, buren, kinderen en kleinkinderen. Ze beschrijft de tocht als het ergste dat ze ooit heeft meegemaakt. 

“We werden aangevallen door onbekende mannen, die al onze bezittingen stalen, de vrouwen verkrachtten en de mannen afranselden. We mogen God dankbaar zijn dat niemand is omgekomen.” Ook Habibi werd verkracht en durft er openlijk over te praten. Ze is nog steeds verward en woest. “Mijn man en zonen moesten toekijken, het is verschrikkelijk.” 

Ze is nog steeds op het terrein waar nieuwkomers in Dagahaley kamp worden opgevangen, samen met 16 andere familieleden en vrienden. De anderen zijn in kamp Hagadera opgevangen. Een familielid heeft zijn tent afgestaan, zodat zij en vier kleinkinderen onderdak hebben. Het enige dat ze onderweg hebben gegeten is maïs en nog eens maïs. 

“Ik wil niet meer terug naar Somalië. Al onze problemen zijn er nog, maar toch ben ik liever hier met niets dan daar. Het leven hier is zwaar en er is weinig te eten. We moeten wachten op registratie. Alles echter liever dan teruggaan.”


“Al wat nu telt, is het redden van mensenlevens”

 De laatste twee regenseizoenen hebben in Borena, in het zuiden van Ethiopië, geen regen gebracht. Een derde van het vee is omgekomen, waardoor veel families ook geen inkomsten meer hebben.

Opgetekend door: By Sandra Bulling, CI Communications Officer

Tot grote opluchting van Gamud Kamad slaapt de kleine Salad vast. Nog maar een paar dagen terug deed haar 11 maanden oude zoontje niets anders dan overgeven. Kon hij niet kruipen of spelen, verzwakt doordat Gamud geen geld had om melk te kopen en hem alleen maar water kon geven.

Het meeste vee van Gamud is omgekomen. In het gebied Borena, in het zuiden van Ethiopië, is tijdens de laatste twee regenseizoenen geen regen gevallen en de streek is in de greep van een zorgwekkende droogte. In het district Moyale is het land bruin en stoffig. Struiken en bomen hebben hun laatste bladeren verloren, hun stammen en takken steken naakt in de lucht. Er is alleen nog een beetje groen op wat doornige heesters en acaciabomen, maar voor het vee te gevaarlijk of te hoog om erbij te kunnen.

Gamud en Salad hebben uiteindelijk hulp gevonden in het gemeentelijke gezondheidscentrum van de plaats Moyale, waar hij werd gewogen en onderzocht. Met ernstige, acute ondervoeding als diagnose ligt Salad nu in het stabilisatiecentrum en wordt hij behandeld met de door CARE Ethiopië beschikbaar gestelde aanvullende voedselpreparaten tot hij weer op gewicht en gezond is. Zijn moeder is bij hem en krijgt eveneens te eten. “Ik was erg bezorg om Salad,” zegt ze. “We zijn vier dagen geleden hierheen gekomen en het gaat al een stuk beter met hem.” Ze kijkt naar het kleine bundeltje dat rustig naast haar ligt te slapen. “Voor ik hem hier bracht, kon hij zijn ogen niet meer opendoen en het water dat ik hem gaf kwam er meteen weer uit. Nu wordt hij met de dag sterker.”

De gezondheidscentra in Moyale zien een sterke stijging in het aantal gevallen van ondervoeding bij kinderen jonger dan vijf jaar. Sinds januari zijn circa 500 ernstig zieke kinderen opgenomen en dat is twee keer zoveel als een jaar terug. In de Borena cultuur krijgen kinderen het meeste te eten. Zij eten eerst, dan de vader en als laatste de moeder. Ouders geven hun kinderen het beetje voedsel wat nog rest en dan is het op, want geld is er niet.

Veestapel is leven

De prijzen van vee zijn in de laatste tien jaar nog niet zo laag geweest in Moyale. En de prijzen van voedsel nog niet zo hoog. In op veeteelt gebaseerde gemeenschappen, zoals in Borena, zijn de mensen afhankelijk van hun vee. Het is hun bron van inkomsten en voedsel en dus hun leven. Als ze hun vee verliezen, dan zijn ze hun bestaansbron kwijt en in het Borena gebied is eenderde van het vee al omgekomen. “Zelfs geiten en kamelen vinden geen graasgronden meer en dat is uniek, want het zijn dieren die goed tegen droogte kunnen, “ zegt Mandefro Mekete, noodhulp coördinator van CARE Ethiopië. Maar het is ook nooit eerder voorgekomen dat in Borena geen regen is gevallen tijdens zowel het Hagya regenseizoen in de herfst als het Genna regenseizoen in het voorjaar. Wetenschappers wijten het aan het natuurverschijnsel La Niña, waardoor weerpatronen veranderen en Oost Afrika droger wordt.

 

Gamud heeft 36 van haar 51 stuks vee al aan de droogte verloren. De overgebleven dieren zijn te uitgemergeld om melk te geven of op de markt verkocht te kunnen worden. Haar man probeert ze in leven te houden door ze naar gebieden te drijven waar nog wel weidegrond is. Sommige mensen zoeken naar water en weidegronden tot op wel 400 kilometer van huis, maar maken het overleven van de daar woonachtige bevolking, die het ook zwaar heeft, wel moeilijker.

In samenwerking met de lokale overheid heeft CARE 21 slachthuizen geopend, zodat de uitgehongerde en onproductieve dieren nog wat opbrengen in plaats van om te komen door de droogte. Maar door vee te slachten wil CARE ook voorkomen dat conflicten ontstaan over de schaarse weidegronden die nog beschikbaar zijn.

De stank van geslacht vlees hangt in de lucht. De beenderen worden in een diepe, vierkante put gegooid. Bloed sijpelt in de bruine aarde en laat donkerrode strepen achter. Hasalo Duba komt met twee koeien naar het slachthuis van het dorpje Dima. “Voor de droogte had ik tien koeien. Zes zijn er al dood, twee laat ik nu slachten en van de twee die over zijn, geeft er nog maar één melk.” De 25-jarige moeder van zes kinderen krijgt per koe 800 Birr (€ 35), waarmee ze op de markt voedsel gaat kopen en krachtvoer voor haar twee resterende koeien. Mandefro Mekete: “De koeien worden geslacht onder toezicht van officiële vleesinspecteurs, zodat we zeker weten dat het vlees geschikt is voor menselijke consumptie. Dat vlees geven we aan acht kwetsbare families die van deze hulp afhankelijk zijn.”

Voorlopig wordt geen regen verwacht

Malicha Galgalo heeft haar geld al ontvangen. De 40-jarige draagt een lang zwarte jurk met rode applicaties en zit, omringd door kinderen, op een stapel witte zakken met hooi. “Ik moet een ezel zien te vinden om de zakken naar huis te brengen. Ik heb al 25 koeien verloren en heb er nog vijf over,” zegt ze. Malicha denkt dat de situatie in Moyale kritiek is. “Voor de droogte had ik regelmatige inkomsten van de verkoop van melk. Nu heb ik geen inkomsten, maar moet wel tien kinderen zien te voeden.” Ze is afhankelijk van de voedseldistributie door de overheid. Van de 800 Birr die zij voor haar geslachte koe ontving, heeft ze een kilo graan gekocht. “De rest van het geld bewaar ik, want ik denk niet dat er snel regen komt en dat de situatie verbetert.”

Het volgende regenseizoen komt normaal in september of oktober. De meeste veeboeren verwachten dat tegen die tijd al hun vee geslacht of verhongerd is. Sommige ouderen vrezen dat de Hagaya regens, zoals de najaarsregens worden genoemd, wederom zullen uitblijven. Kofobicha is 55 jaar en heeft al heel wat periodes van ellende meegemaakt, maar de droogte is nog nooit zo erg geweest. “We verwachten niet dat het volgende regenseizoen zal komen. Maar zelf als dat wel zo is, dan is er in september geen vee meer over,” voorspelt hij. “Maar om het leven van ons vee maken we ons geen zorgen meer. Waar het nu om gaat, is mensenlevens redden. We hebben geaccepteerd dat we moeten vasten, maar wie redt onze kinderen?”

Salad uit de plaats Moyale had geluk. Hij is gered. Het leven is in hem teruggekeerd, dankzij ingrijpen van CARE en de overheid. Maar in de komende maanden zullen veel meer kinderen en hun ouders hulp nodig hebben. Noodhulp, maar ook strategische hulp om hun weerbaarheid tegen droogtes te versterken, zodat Salad’s moeder zelf voedsel kan kopen als een volgende droogteperiode zich voordoet.