Etalageproject Benin Lees Landeninformatie
39% van de mensen in Benin leeft onder de armoedegrens
Nadat de slavernij in de ban was gedaan en er dus ook geen kapitalen meer mee verdiend kon worden, was het gedaan met de macht van Dahomey en werd het land in 1892 door de fransen gekoloniseerd. Na de onafhankelijkheid in 1960 volgden 12 jaar van opeenvolgende militaire regimes. De linkse dictatuur die in 1972 gevestigd werd, hield stand tot 1990. Sindsdien kent het land, dat vanaf 1975 Benin wordt genoemd, een meerpartijendemocratie. Benin is te vinden aan de westkust van Afrika, aan de Golf van Guinee. Buurlanden zijn Togo, Niger, Burkina Faso en Nigeria. Met het laatstgenoemde land wordt veel gehandeld en veel mensen uit Benin gaan voor korte of langere tijd naar Nigeria om er te werken. Van de ruim 9 miljoen mensen tellende bevolking leeft 39% onder de armoedegrens en kan zich dus zelfs niet het minimum aan voedsel, kleding en onderdak veroorloven. Het is dan ook niet verwonderlijk dat 20% van de kinderen jonger dan vijf jaar ondervoed is en dat de gemiddelde levensverwachting niet verder komt dan 56 jaar. De armoede is vooral geconcentreerd op het platteland, waar de mensen in hun bestaan proberen te voorzien met kleinschalige landbouw maar door de armoede geen goede zaden en kunstmest kunnen kopen en te lijden hebben van slechte grondkwaliteit en tekort aan regen. De meeste mensen wonen in het zuiden van Benin, waar ook de grootste steden liggen. Porto Novo is de officiële hoofdstad en telt 276.000 inwoners. De stad ligt dicht bij de Aguégés, waar het mangroveproject wordt uitgevoerd. In het niet ver daar vandaan gelegen Cotonou, waar de regering zetelt, wonen 815.000 mensen. Dat is iets meer dan Amsterdam (783.000 mensen). Een paar verschillen op een rijtje
(bron: CIA Factbook) |
|
Terug naar het project | Kijk | Lees | Doe I Actueel |


Benin was vroeger het machtige koninkrijk Dahomey, vanaf de 17e ook wel bekend onder de bijnaam ‘Slavenkust’ als gevolg van de slavenhandel die de koningen dreven met onder meer de Nederlanders en Portugezen. Nog steeds herinneren een fort in het plaatsje Ouidah en de weg langs het strand, die de slaven moesten aflopen om aan boord van de schepen te gaan, aan die tijd. Zo ook de grote poort op het strand zelf, het zogenaamde ‘point of no return’. Slaven die door de poort gingen, zouden nooit meer terugkeren.

