behoud mangroves beninTerug naar project

Zaterdag 23 juli

Door: Anneke Verbraeken voor Radio Nederland Wereldomroep

Laatste dag dat cameraman Joseph en ik in Benin zijn voor CARE. We wilden terug naar Ouidah, dat ongeveer 35 kilometer van Cotonou ligt, om meer te weten te komen van de slavenroute en er foto’s en film te schieten. Vanwege allerlei klusjes die de chauffeur en onze begeleidster van vandaag, Clarissa, nog moesten doen, liepen we twee uur vertraging op voor we Cotonou konden verlaten. Een fikse file zorgde er vervolgens voor dat we over de laatste 32 kilometer een uur deden. Tot chagrijn van Joseph lag het tere ochtendlicht ver achter ons  toen we uiteindelijk pas rond het middaguur aankwamen.

We waren in Ouidah vooral om het verhaal van de slavernij te vertellen. Van de Portugezen, Fransen, Nederlanders en Engelsen die vanaf half vijftiende eeuw schepen vol verstuurden naar hun koloniën en de Verenigde Staten. Overigens waren het vaak de Afrikaanse koningen en stamhoofden die de slaven aan de blanke slavenhandelaars verkochten. Het waren krijgsgevangenen, buitgemaakt tijdens een oorlog.

Zo’n 12 miljoen slaven zijn op deze manier verscheept. Velen gingen dood, vanwege de onmenselijke omstandigheden waarin ze de overtocht moesten maken. Op elkaar gepakt in het bloedhete ruim, met weinig eten en drinken.

Heel Ouidah ademt slavernij. Hier was het centrum van de mensenhandel, met de ‘Route des esclaves’. Het was de weg die de geketende slaven moesten lopen om bij het strand te komen, met aan het einde ‘the door of no return’. Wie daar doorheen het strand opstapte, op weg naar het schip, kwam nooit meer terug. De poort is nu een gigantisch, modern monument. En de weg is nu een gewone weg, waar gewone mensen overheen racen met hun brommers en auto’s. Alleen de griezelige beelden aan de kant van de weg geven een sfeer van vroeger dagen.

We schoten onze plaatjes, uiteindelijk ook tot tevredenheid van Joseph, die een prachtige zonsondergang filmde, en gingen rond half zeven op weg naar Cotonou. We hadden om negen uur een afspraak en dachten die ruim te kunnen halen. Maar vlak na de péage (ja, ja… Benin is een oude Franse kolonie en heeft zelfs een paar tolwegen) kwamen we wederom in een file terecht en schoten voor geen meter op. Benoit onze chauffeur, probeerde of hij er een beetje langs kon manouvreren en dat lukte aardig. We namen wat zijwegen en meenden parallel aan de file te rijden. Dat hadden we toch maar mooi geregeld en we waren in onze nopjes. Althans, tot bij navraag bleek dat we compleet de verkeerde kant uit reden. We moesten terug en kwamen in de meest kolkende, hete, helse file terecht die ik – in mijn inmiddels best wel lange leven – heb meegemaakt. Brommers, stinkende vrachtwagens, auto’s, karren met hout, auto’s met geiten op het dak, voetgangers, alles probeerde vooruit te komen. Maar de tweebaansweg zat pot- en potdicht. De benzine- en dieseldampen deden onze ogen tranen en de longen zuchten.  Het duurde drie uur om vijf kilometer te overbruggen.  Ik rekende uit dat we in dit tempo het hotel rond morgenochtend negen uur zouden bereiken.

Het inmiddels pikkedonker en de stilstaande file boden de ideale gelegenheid om even iets te doen aan steeds hoger oplopende nood. Ik dacht een goede plek te hebben uitgezocht maar toen ik opgelucht mijn broek omhoog trok, hoorde ik achter me gegiechel. Drie kinderen hadden mijn geplas met grote belangstelling gevolgd. Ja ook een ‘Jovo’, een blanke, moet af en toe plassen. Ik grijnsde terug.

Uiteindelijk waren we 1 uur ’s ochtends terug in het hotel. We hadden zo’n 5,5 uur over 35 kilometer gedaan. Ik  zal nooit meer klagen als we ergens op de A7, A4 of A2 een half uurtje in de file moeten staan. Pff, een file van een half uur is geen file, weet ik nu.

24 juli 2011   |  23 juli 2011   |   22 juli 2011    |  21 juli 2011   |  20 juli 2011   |  19 juli 2011   |  18 juli 2011   |  16/17 juli 2011   |  13/14 juli 2011

Terug naar het project   |   Kijk   |   Lees   |   Doe   |   Actueel