Bijna in de problemen door Twitter

weblog drc
De dag van de verkieizngsuitslag: politie bewaakt het gebouw van CENI,de organisatie die verantwoordelijk is voor een goed verloop van de verkiezingen

Vrijdag 9 december werd dan eindelijk de uitslag van de presidentsverkiezingen bekendgemaakt. Ik had de keuze: bij de eindeloos durende persconferentie rondhangen, of diezelfde persconferentie in mijn hotel op televisie volgen. De keuze was gemakkelijk: in mijn hotel zou ik alles beter kunnen volgen en er nog over twitteren ook. Toen de uitkomst na twee uur eindelijk kwam – 32 procent voor Etienne Tshisekedi en 49 procent voor de zittende president Joseph Kabila – hield heel Congo de adem in. Zou de bom barsten?  Zouden er overal rellen uitbreken? Of zou het allemaal wel loslopen?

Vooral aanhangers van Kabila gingen die vrijdag de straat op. Juichend en met vlaggen. De tanks, politie en soldaten die Kinshasa bewaakten, legden hen geen strobreed in de weg. Dat was de volgende dag wel anders. Leger, politie en veiligheidsdiensten schoten met scherp om protesterende aanhangers van Tshisekedi uit elkaar te drijven. Het was zaterdagochtend acht uur toen mijn telefoon ging. Een kennis vertelde dat ik naar een bepaalde wijk moest gaan. Daar was zojuist een meisje doodgeschoten. Ik belde mijn cameraman en chauffeur en binnen een half uur waren we ter plekke. Het meisje bleek al afgevoerd naar het grote staatsziekenhuis, maar we filmden de bloedsporen en spraken uitgebreid met haar zusje, moeder en broer. Haar baby bleek ongedeerd.

We besloten samen met de broer en de huisarts naar het ziekenhuis te gaan om te kijken of er nog meer gewonden en doden waren binnengebracht. Terwijl mijn cameraman alvast zijn apparatuur begon uit te pakken, gingen de broer, huisarts en ik op zoek naar iemand voor toestemming om met patiënten te praten en om in en rond het ziekenhuis te filmen. Een dergelijk iemand bleek echter niet aanwezig: ze hadden het niet aangedurfd over straat te gaan. Uiteindelijk hoorden we dat bij het mortuarium een dienstdoend arts was, die wellicht kon helpen. Nou, dat kwam mooi uit. We wilden toch al naar het mortuarium voor informatie over het aantal doden.

Vlak voor het mortuarium werden we aangehouden door twee stevige jongens in burger met kalashnikovs. Wat we aan het doen waren en of daar wel toestemming voor hadden? Ik legde uit, dat we juist op zoek waren naar toestemming. Maar toen de broer begon te roepen dat we op zoek waren naar zijn doodgeschoten zus, ging het fout. Dat vonden de twee stevige jongens niet fijn. Na veel heen en weer gebabbel, werden we meegenomen. Eerst naar een hokje op het ziekenhuisterrein en later, via een straat met winkels in doodskisten, naar een terrein van de presidentiële garde. Ik had bijna direct in de gaten dat dit niet de gewone gang van zaken was. Ik ben wel eerder aangehouden door politie. Dan moet je mee naar het bureau en wordt er een aanleiding gevonden om je een fikse boete op te leggen. Dan is het een kwestie van onderhandelen (ik heb nooit meer dan 5 dollar bij me) en al naar gelang de hebzucht van de agent, sta je in korte of langere tijd weer buiten.

Dit keer was het anders. De twee stevige jongens gingen in conclaaf met hun meerderen en ons werd verboden te telefoneren. Stom genoeg mochten we onze mobieltjes wel houden. Ik maakte daarvan dankbaar gebruik door bij eerste gelegenheid mijn advocaat in Nederland te bellen en hem te vragen contact op te nemen met de Nederlandse ambassade. Het tweede korte telefoontje was om mijn cameraman te laten weten dat hij zich niet moest laten zien. Als het echt mis was, kon hij ons misschien nog helpen.

Eenmaal op het terrein van de presidentiële garde werden we langdurig ondervraagd. Veel gebeurde in Lingala, en dat kan ik niet volgen. Het bleek dat ze het niet fijn vonden dat een buitenlandse journalist bijna getuige was geweest van het doodschieten van een meisje. Slecht voor het Congolese imago. Ze wilden weten wie mijn bron was. Maar omdat ik die natuurlijk niet wilde geven, vertelde ik dat iemand in Nederland op twitter had gelezen dat er een meisje was doodgeschoten en mij had gebeld. Helaas hadden mijn ondervragers geen idee wat twitter is en dus keken ze me vol ongeloof aan: hoe kon iemand in Nederland zo snel weten wat er in een specifieke straat in Kinshasa was gebeurd? Dat maakte me heel verdacht. Werkte ik soms voor de Nederlandse inlichtingendienst?

Er zat weinig anders op dan de waarheid op te biechten. Dat ik door een Congolees was gebeld. En nee, zijn naam kregen ze niet. Een journalist geeft nooit zijn bronnen prijs. Om me toch over de streep te trekken, gaven ze me een soort rondleiding over het terrein en lieten me hokken zien met kettingen. Op een groot grasveld zag ik meerdere gaten. Later vertelden vrienden me, dat de garde daar mensen in opsloot. Deksel erop en je hoeft ook geen graf meer te graven.

Ik ben niet echt dapper en natuurlijk maakte de impliciete dreiging indruk. Maar ik wist ook dat het noemen van de naam geen optie was. Het was namelijk iemand die hoog op de zwarte lijst van het regime staat en met het noemen van die naam zou iedereen nog veel dieper in de problemen komen.

Inmiddels verstreken de uren. Ik had weinig zin om daar nog te zijn als het donker werd en dus begon ik verbaal aan wat mensen te duwen en te trekken. Ze gaven geen krimp: natuurlijk hoefde ik me geen zorgen te maken. Alles zou goed komen, maar weg mocht ik niet en mijn telefoon werd nu angstvallig in de gaten gehouden door een niet van mijn zijde wijkende stevige jongen met kalashnikov. En naarmate het donkerder werd, ging ik mij ook meer zorgen te maken. Een nacht op dit terrein, met allemaal van die stevige en gewapende jongemannen, leek me niet echt fijn. En net toen ik de moed begon op te geven, kwam mijn cameraman het terrein oplopen. Hij was er eindelijk in geslaagd de juiste mensen, de juiste bedragen toe te stoppen. Ik mocht mee.

Mijn twee begeleiders, de broer en de arts moesten echter blijven. Zij werden beschuldigd van verraad, omdat ze een buitenlandse journalist over de dood van het meisje hadden verteld, zo hoorde ik van mijn cameraman. Hen wacht een fikse gevangenisstraf en nu, drie maanden later, wordt de familie van het meisje nog steeds door de veiligheidsdienst in de gaten gehouden.

Inmiddels ben ik bezig met het voorbereiden van een reis naar Mali. Ook daar zijn verkiezingen. En ook daar zijn spanningen. Zo werden afgelopen november door rebellen vijf toeristen ontvoerd, waaronder een Nederlander. Ik houd jullie op de hoogte.