Alleen met hulp kunnen Ethiopiërs hun zelfstandigheid hervinden

Juli 2011, toen de wereld eindelijk aandacht kreeg voor voedselcrisis in de Hoorn van Afrika, kan ik me nog goed herinneren. Op dat moment hadden al 4,5 miljoen mensen in Ethiopië water- en voedselhulp nodig en liepen velen gevaar ziek te worden door het drinken van besmet water.

Elf maanden eerder had ik al gewaarschuwd voor een mogelijke ernstige droogteperiode wanneer de toen door meteorologen voorspelde la Niña zich zou voordoen. Als Ethiopiër uit het noordoosten van het land, weet ik maar al te goed wat de gevolgen van natuurverschijnsel kunnen zijn en we zijn dan ook meteen begonnen met het treffen van voorbereidingen om in geval van een crisis snel te reageren. Dankzij die voorbereidingen konden we al in februari 2011 beginnen met waterdistributie in het zuiden en voedselhulp in het oosten van Ethiopië. Later zijn we aanvullend ook andere noodhulpgoederen gaan verstrekken en zijn we de mensen gaan helpen bij het zo goed mogelijk beschermen van hun eigen bestaansmogelijkheden.

Overigens, ook zonder extreme droogte of economische crisis is voedselschaarste op het platteland van Ethiopië heel normaal. Dat heeft vele oorzaken, waaronder uitputting van de landbouwgronden, bevolkingsgroei, gebrek aan sociale voorzieningen en dat de mee

ste mensen met landbouw in hun eigen voedselbehoefte moeten proberen te voorzien. Wat dat laatste betreft zijn ze afhankelijk van de voorspelbaarheid van de twee regenseizoenen en dat er voldoende regen valt.

De moeilijkste periode voor de plattelandsbevolking is wat ze het ‘magere seizoen’ noemen. Dat is meestal op het hoogtepunt van het regenseizoen, wanneer de voedselvoorraden bijna op zijn en er nog niet is geoogst. Om deze periode door te komen, wordt er per dag minder vaak en minder geliefd voedsel gegeten. Soms zijn de mensen gedwongen om bezittingen als vee te verkopen. Maar door het grotere aanbod zijn juist dan de prijzen van vee laag en de voedselprijzen als gevolg van de schaarste hoog.

Door bezittingen te verkopen, worden de mensen kwetsbaar en zakken ze steeds verder weg in de armoede. Ze zijn dan ook niet alleen slachtoffer van de nu heersende droogte, maar ook van een opeenstapeling van de gevolgen van eerdere droogtes, overstromingen en economische crises. Dat blijkt ook uit het varhaal van Ashenafi (foto), een 35-jarige boer uit West Hararghe. In november vorig jaar vertelde hij hoe hij in de loop der jaren steeds meer bezittingen moest verkopen om de droogtes en ‘magere seizoenAshenafi moest tussen 2005 en nu al zijn bezittingen verkopen om te kunnen overleven. Vorig jaar verkocht hij ook zijn huis en woont nu met zijn gezin in een hut en is aangewezen op de hulp van CARE om weer zelfstandig in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien.en’ te overleven. In 2005 was hij nog in staat zijn familie een fatsoenlijk bestaan te bieden en de kinderen naar school te laten gaan. Hij bezat een huis met golfplaten dak, had drie ossen, een koe, drie schapen, drie geiten en dertig kippen. Tijdens de doorgte van 2006 moest hij een os en de schapen verkopen en het jaar daarop weer een os, alsmede de geiten. De laatste os en de kippen werden in 2008 verkocht en in 2009 moest ook de koe, die voor melk voor de kinderen zorgde, eraan geloven. Iedere keer dat Ashenafi vee verkocht, deed hij dat op het hoogtepunt van het ‘magere seizoen’ als de prijzen laag waren. Omdat Ashenafi geen vee meer had, was hij in 2011 gedwongen zijn huis te verkopen en nu woont hij met zijn gezin in een hut en zijn ze afhankelijk van hulpverlening.

Mijn eigen geschiedenis is niet veel anders. Ook wij waren boeren en tijdens de ernstige droogte van 1984 moest mijn familie al haar bezittingen verkopen. We hadden koeien, ossen om mee te ploegen, paarden en geiten. Zowel dat jaar als het jaar daarop konden we gelukkig geld verdienen, door mee te doen aan een ‘cash for work’ project dat een hulporganisatie had opgezet in het kader van grond- en waterbeheer. Ook kregen we geld om ossen te kopen, zodat we onze landbouwwerkzaamheden weer konden oppakken.

Toen mijn vader twee jaar later een baan bij de overheid kon krijgen en we desnoods voedsel op de markt konden kopen, werden we minder afhankelijk van een goede oogst. Met de inkomsten van mijn vader konden we geleidelijk aan weer meer vee kopen. Het duurde lang, maar uiteindelijk konden ik en al mijn broers en zussen een opleiding volgen en hebben we nu allemaal een goede baan. Vandaag de dag kunnen we rampen zoals deze droogte opvangen en zelfs andere familieleden en vrienden helpen.

Wanneer de familie van Ashenafi op tijd de juiste hulp krijgt, dan kan het ook met hun zo gaan. Als ze nu wat zaaigoed en een paar stuks vee krijgen, dan kunnen ze weer gaan boeren. En als we zorgen dat ze dichtbij water kunnen halen, dan komt dat hun gezondheid ten goede en kunnen zijn vrouw en dochters de tijd die ze nu kwijt zijn met waterhalen aan school of andere werkzaamheden besteden. Ook andere initiatieven, zoals het opzetten van spaar- en leengroepen, kunnen helpen de zelfredzaamheid van de Ashenafi’s te verbeteren. In deze groepen, meestal bestaande uit vrouwen, leren de deelnemers om geld te sparen en hoe het spaargeld te investeren in activiteiten die inkomen opleveren. Daarnaast dragen de groepen bij aan een meer gelijkwaardige positie van vrouwen en hun maatschappelijke betrokkenheid.

We weten hoe we mensen kunnen helpen om hun kwetsbaarheid voor rampen te verminderen, maar op dit moment is vooral hulp bij het herstel van de bestaansmogelijkheden essentieel. Ashenafi en zijn familie kunnen er weer bovenop komen als we ze nu en op termijn helpen de gevolgen van de droogte te boven te komen. Op deze manier kan Ashenafi’s familie in enkele jaren onafhankelijk en zelfredzaam worden, zoals mijn familie ook is geworden.

Door: Mandefro Mekete, Coördinator Noodhulpprojecten van CARE Ethiopia.